Basis Islam

Pagina 2 van 3 Vorige  1, 2, 3  Volgende

Ga naar beneden

Basis Islam

Bericht  largos op do okt 22, 2009 10:53 am

Eerste onderwerp bericht herinnering :

De Islam is met 1.3 miljard moslims het op één na grootste geloof van de wereld! En ook is de Islam het snelst groeiende geloof ter wereld! Maar wat is Islam en waarin geloven moslims eigenlijk? In dit artikel kun je meer lezen over de islam, wanneer iemand zich moslim mag noemen en waarin een moslim dan gelooft.

Om de Islam te begrijpen is het van belang te weten wat het betekent. Islam is Arabisch en het betekent onderwerping of overgave aan de wil van de enige echte God: die als enige het recht heeft aanbeden te worden.

De Islam is niet genoemd naar een persoon zoals het geval is met het Christendom dat genoemd is naar Jezus Christus, of Boedisme dat genoemd is naar Gotama Buddha of Confucianisme dat genoemd is naar Cunfucius of Marxisme dat genoemd is naar Karl Marx. Noch is het genoemd naar een bepaalde stam zoals het Judaïsme genoemd is naar de stam van Judah en Hindoeïsme genoemd is naar de Hindoes. De Islam is namelijk niet door de mens verzonnen maar is door Allah zelf als naam voor Zijn religie gekozen. Allah heeft het duidelijk vernoemd in Zijn laatste openbaring aan de mens. In het laatste geschrift van de Goddelijke openbaring, de Koran, verklaart Allah:

Ik zal in de middag verder gaan!

AUB GEEN reacties tot ik zelf meld dat het mag,
dankjewel!


Laatst aangepast door largos op do okt 22, 2009 10:56 am; in totaal 1 keer bewerkt
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden


3.11 Het openlijk verkondigen van de boodschap

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:13 pm

3.11 Het openlijk verkondigen van de boodschap

Drie jaar lang heeft de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zijn boodschap aan individuen overgebracht. Er waren deugdzame mensen die het verwelkomden binnen Quraish maar ook daarbuiten. Langzamerhand werden de omstandigheden voor het openlijk verkondigen ervan gunstiger, Allah, de Verhevene, heeft toen het volgende neergezonden:

"En waarschuw jouw naaste familieleden. En wees bescheiden en nederig tegenover de gelovigen die jou volgen."

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft zijn naaste verwanten bijeengeroepen; Banu Haashim en sommigen van Banu Almuttalib.Hij zei, na het uitspreken van de geloofsverklaring en loftuiting aan Allah:

"De padvinder vertelt zijn volk geen onwaarheid, ik zweer bij Allah dat ik jullie geen onwaarheden kan vertellen of jullie kan bedriegen. Ik zweer bij Allah, de enige God, dat ik Zijn gezant ben voor jullie in het bijzonder en voor de rest van de wereldbevolking. Ik zweer bij Allah dat jullie allemaal zullen sterven als jullie in slaap vallen, dat jullie opgewekt zullen worden als jullie wakker worden, dat jullie beoordeeld zullen worden naar jullie daden en dat jullie beloond zullen worden voor jullie deugdzame daden en bestraft zullen worden voor jullie ondeugdzame daden. Het is of eeuwig het paradijs of eeuwig de hel."

Alle aanwezigen reageerden vriendelijk behalve zijn oom Abu Lahab, die zei: ,,Houdt hem tegen voordat de Arabieren hem omsingelen want jullie eer zal worden geschonden als jullie hem moeten uitleveren en jullie zullen worden vermoord als jullie hem proberen te verdedigen". Abu Talib zei echter: ,,Ik zweer bij Allah dat wij hem zullen verdedigen zolang wij in leven zijn" en voegde daaraan toe tegen de profeet:

"Ga je gang en doe wat je is opgedragen. Ik zal je blijven steunen en verdedigen hoewel mijn geweten het niet toestaat de religie van Abdulmuttalib te verlaten".

Boven de Safaa-berg
Toen het bovenstaande zich afspeelde, werd de volgende verklaring van Allah, de Verhevene, neergezonden:

"Verkondig wat bevolen is, en wend je af van de veelgodenaanbidders " (Surah 15: Ayah 94)

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam besteeg op een dag de top van de Safaa-berg en riep: "Yaasabahaah", d.w.z. "O, deze ochtend" en het werd een vast gebruik als waarschuwing wanneer een leger kwam om de stad aan te vallen of wanneer iets alarmerend aan de hand was.

Hij begon de verschillende stammen van Quraish bij naam op te roepen; 'Oh Beni Fahr, oh Beni U'day, oh Beni Abd Munaaf, oh Beni Abdulmuttalib, enz.

Toen zij ervan hoorden vroegen ze zich af wie het was. De mensen antwoordden: "Mohammed". Daarna zijn ze haastig naar hem toegegaan.Als ze er zelf niet heen konden, stuurden ze iemand om kennis te nemen van het bericht.

Toen zij dan allemaal bijeen waren gekomen zei de profeet:

"Als ik jullie nu eens vertel dat er een leger is onderaan de vallei van deze berg, dat jullie zal aanvallen. Zouden jullie me dan geloven?". Zij antwoordden: "Ja, want we hebben je gekend als iemand die alleen maar de waarheid vertelt en geen enkele onwaarheid".

Hij zei: Ik ben hier om jullie te waarschuwen voor een pijnlijke bestraffing. Ik ben ten opzichte van jullie zoals een verkenner die de vijand zag en vervolgens zijn volk ging roepen zodat die vijand geen kans heeft hen te overvallen. Maar de verkenner vreest dat de vijand eerder dan hemzelf zal arriveren en begon daarom te roepen met "Yaasabahaah".

Hij verzocht hen daarna te verklaren dat er geen andere God bestaat dan Allah, de Verhevene, en dat Mohammed Zijn gezant is. Hij legde hen uit dat deze geloofsverklaring de redding is in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals. Hij waarschuwde hen vervolgens voor de bestraffing van Allah als zij de afgoderij niet zouden opgeven en als zij niet in zijn boodschap zouden geloven. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam voegde eraan dat zelfs hij hen niet kan redden voor de bestraffing en dat hij niets voor ze kan doen tegen de wil van Allah, de Verhevene.

Toen hij deze waarschuwing voltooide zijn de mensen weggegaan, zonder enige weerstand of verzet te tonen. Over Abu Lahab is echter overgeleverd, dat hij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam kwaadaardig tegensprak: ,,Moge de rest van je dag niets zijn, is het hiervoor dat je ons laat bijeenkomen?". Toen werd het volgende neergezonden:

"Vernietigd zijn de handen van Abu Lahab en vernietigd is hij".

De meeste mensen van Quraish waren een beetje verbaasd want de waarschuwing kwam onverwacht. Zij konden daar tegenover geen standpunt bepalen en toen zij naar hun woningen terugkeerden, na rustig te hadden nagedacht en bijgekomen waren van hun verbazing, kwam hun arrogantie weer naar boven en hebben zij de waarschuwing met bespotting en minachting opgenomen. Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam langs een groep mensen kwam, lachten zij hem uit en zeiden: ,,Is dit de man die Allah heeft gezonden? De zoon van Abu Kabshah die vanuit de hemel wordt ingesproken". Abu Kabshah is de naam van een grootvader van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam van zijn moeders kant. Deze verliet de religie van Quraish en koos voor het Christendom. Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam de religie van Quraish verliet legden zij een verband tussen hem en zijn grootvader om zodoende hem te beledigen en te kwetsen.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ging door met zijn verkondiging en deed dat openlijk in hun gezelschap en tijdens bijeenkomsten. Hij las uit het boek van Allah en verzocht hen wat alle gezanten hun mensen hebben verzocht: "O mijn volk, aanbidt Allah, want er is voor jullie geen andere god dan Hij." Hij begon Allah te aanbidden in hun aanwezigheid, zo ging hij ook overdag voor de Ka'bah bidden terwijl iedereen hem kon zien.

Zijn boodschap vond ingang bij mensen, de een na de ander omhelsde de religie van Allah, de Verhevene. Dit heeft geleid tot nijd en afkeer tussen de nieuwe moslims en tussen hun familieleden die zich niet tot de Islambekeerden.

Het beraad van Quraish
De mensen in Quraish verafschuwden wat er gaande was en waren er zeer ongelukkig mee. Het bedevaartseizoen was op komst en dat baarde hen zorgen. Zij kwamen bijeen bij Alwalied Ibn Almoeghirah, een oude man van goede huize, en vroegen hem om raad. Hij antwoordde: ,,Oh mensen van Quraish, het seizoen is in zicht en verschillende Arabische delegaties bezoeken jullie tijdens dit seizoen. Zij hebben over jullie vriend gehoord. Jullie moeten hierover ??n standpunt nemen zodat jullie straks hierover geen tegenstrijdige uitspraken doen".

Zij zeiden:"Zeg jij het maar, bepaal jij maar een standpunt dat wij volgen".
Hij antwoordde:"Nee, dat moeten jullie maar doen. Ik luister".
Zij zeiden:"Wij zeggen dat hij een priester is".
Hij zei:"Hij is geen priester, we hebben priesters gezien maar hij lijkt er niet op".
Zij zeiden:"We zeggen dat hij gek is".
Hij zei:"Hij is niet gek, wij weten goed wanneer iemand gek is. Er is niets van stuiptrekking of onzekerheid bij hem te zien".
Zij zeiden:"Dan zeggen we dat hij een dichter is".
Hij zei:"Dat is hij niet, we weten immers alles over gedichten, in allerlei vormen en maten, maar wat hij zegt, lijkt niet op gedichten".
Zij zeiden:"Wij zeggen dat hij een magi?r is".
Hij antwoordde: ,,Dat is hij ook niet, wij weten alles over magie en magi?rs en dat heeft niets met 'het blazen op de knopen' te maken".
Zij vroegen:"Wat zeggen we dan?".
Hij zei: "Ik zweer bij Allah dat zijn uitspraken schitterend en fraai zijn. Zijn uitspraken zijn bijzonder, erg origineel en hebben iets van schoonheid. Maar als jullie iets hierover zeggen, weet men onmiddellijk dat het niet klopt. Het meest overtuigende antwoord is waarschijnlijk als jullie zeggen dat hij een magi?r is, ook wat betreft zijn uitspraken waarmee hij de mensen laat afkeren van hun eigen vader, vrouw, broer en stam."

Zij verlieten hem nadat zij het daarover eens waren geworden, blokkeerden de weg om de bedevaartgangers die arriveerden, voor de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te waarschuwen. Men werd hiervan op de hoogte gesteld voordat men hem zag.

Tijdens de bedevaartdagen ging de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naar bijeenkomsten en huizen. Hij verkondigde zijn boodschap en riep hen op zich tot de Islam te bekeren. Hij zei: ,,Oh mensen, zeg dat er geen God is behalve Allah want dat is jullie voorspoed".

Abu Lahab volgde hem, vertelde de mensen dat hij niet de waarheid vertelde en viel hem lastig. De Arabieren vertrokken na het bedevaartseizoen, terwijl zij van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam wisten. Zodoende werd hij bekend in alle Arabische gebieden.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.12.1 De vervolging

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:13 pm

3.12.1 De vervolging

Een groep vooraanstaande mannen uit Quraish bezocht Abu Talib en vertelden hem: ,,De zoon van uw broer heeft onze goden beledigd, keurt onze religie af, maakt onze dromen belachelijk en laat onze vaders dwalen. U houdt hem tegen of u laat ons dit oplossen. U bent het zelf ook niet helemaal met hem eens, dus dan bent u ook meteen van hem af".
Abu Talib sprak zachtaardig tegen hen en wist hen op een vriendelijke manier weg te krijgen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ging hierna gewoon door met het verkondigen van de religie van Allah, de Verhevene, en de mensen op te roepen hem te volgen.

De waarschuwing en bedreiging van Quraish aan het adres van Abu Talib
De mensen van Quraish konden het niet lang volhouden toen zij merkten dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gewoon doorging met het verkondigen van zijn boodschap. Zij begonnen steeds vaker daarover onderling te spreken. Het was duidelijk dat ze hem verafschuwden en op een gegeven moment besloten ze om naar Abu Talib te gaan. Ze zeiden tegen hem: ,,Abu Talib, u bent een oude heer met aanzien en een verheven positie temidden van ons.Wij hebben al eerder met u over de zoon van uw broer gesproken en gezegd dat u hem moest tegenhouden. Dat heeft u niet gedaan. Wij hebben geen geduld meer wanneer hij onze ouders beledigt, onze dromen belachelijk maakt en onze goden afkeurt. U houdt hem tegen of wij keren ons tegen jullie allebei, totdat een van beide partijen eraan gaat". Zij zijn daarna vertrokken.

Deze dreigende waarschuwing kwam hard aan bij Abu Talib. Hij riep de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bij zich en vertelde hem wat zij hadden gezegd. Abu Talib zei:,,Bespaar jezelf en mij, laat me niet meer verdragen dan dat ik aankan". Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zijn zwakheid merkte, zei hij: ,,Oom, ik zweer bij Allah als zij de zon in mijn rechterhand en de maan in mijn linkerhand hadden gelegd om dit op te geven, dan had ik het niet gedaan. Niet eerder dan dat de verkondiging voltooid is of dat ik zal sterven". Daarna werd hij verdrietig en huilde hij. Abu Talib voelde mededogen in zijn hart en loyaliteit te opzichte van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en zei: ,,Ga, zoon van mijn broer. Zeg wat je wilt want ik laat je nooit in de steek"

Een vreemd voorstel van Quraish aan Abu Talib
Het werd voor de mensen uit Quraish duidelijk dat hun waarschuwingen geen effect hadden en dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gewoon door ging met zijn verkondiging; dit met de steun van Abu Talib, die blijkbaar bereid was om hen te verlaten en hen als vijand te hebben door zijn broer's zoon te steunen.

Zij hebben lang hierover overleg gevoerd totdat zij een tegen- voorstel konden doen. Zij kwamen bijeen bij Abu Talib en namen Amarah, de zoon van Alwalid, mee. Deze was een heer onder de jongeren en de mooiste jongeman in Quraish. Zij zeiden:,,Abu Talib, neem deze jongeman als zoon, u hebt dan zijn verstand, zijn bescherming en hij is van u. Als u ons daarvoor de zoon van uw broer geeft, dan zullen wij hem vermoorden. Hij heeft uw religie en die van uw ouders verlaten, uw volk verdeeld en hun dromen belachelijk gemaakt. Het is dan een man voor een andere man". Abu Talib zei: ,,Ik zweer bij Allah dat het afschuwelijk is wat jullie vragen, jullie geven mij je zoon zodat ik hem kan voeden in ruil voor mijn zoon die jullie dan zullen vermoorden? Bij Allah, dit zal nooit gebeuren."

Geweldpleging tegen de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam
De mensen van Quraish werden wanhopig nadat zij de strijd hadden verloren en hadden gemerkt dat de waarschuwingen en bedreigingen niets hadden geholpen. Toen begonnen zij geweld te gebruiken tegen volgelingen van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en voerden ze de martelingen en mishandeingen tegen de moslims op. Omdat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam een hoogstaand en een respectabel persoon was, hebben alleen de vooraanstaanden van Quraish geweld tegen hem gepleegd. De gewone mensen durfden dat niet.

Abu Lahab, Alhakam Ibn Abil'aas Ibn Umayah, U'qbah Ibn Abi-Mu'it, U'day Ibn Hamraa' At-thaqafi en Ibn Al'asdaa' Alhathli waren de buren van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en vielen hem lastig in zijn woning. Een van hen gooide de ingewanden van een schaap op hem tijdens zijn gebed of in zijn kookpot als die vol zat. Als zij dit deden pakte hij de ingewanden, liep naar buiten en riep: ,Oh mensen van Beni Abd-Munaf, is dit de manier hoe je met je buren omgaat?" en gooide het op de grond.

Umayah Ibn Khalaf beledigde en provoceerde hem in het openbaar, zodra hij hem zag. Zijn broer, Ubay Ibn Khalaf, intimideerde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en zei: ,,Ik heb een paard dat ik elke dag goed voed en ik zal het gebruiken om jou te vermoorden". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam antwoordde hem toen: ,,Nee, ik zal jou vermoorden". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft hem ook inderdaad vermoord tijdens de Uhud-strijd. Ubay heeft een keer oude beenderen gepakt, ze verfijnd en tegen het gezicht van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gegooid. U'qbah Ibn Abi-Mu'it ging naast de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zitten om naar hem te luisteren. Ubay, die goed bevriend was met U' qbah werd hiervan op de hoogte gesteld. Hij nam het zijn vriend erg kwalijk en vroeg hem vervolgens om op het gezicht van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te spugen, waarop hij dat heeft gedaan. Abu Lahab heeft hem op de eerste dag dat hij de boodschap had verkondigd voor vijand verklaard en hem ook lastiggevallen.

De zonen van Abu Lahab, U'tbah en U'taibah, waren getrouwd met de dochters van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam Ruqayah en Oum Kalthoem. Abu Lahab verzocht zijn zonen de dochters van Mohammed af te stoten anders zou hij afstand van hen nemen als vader. Zijn vrouw zei tegen hen: ,,Stoot ze af want ze zijn bekeerd". De twee zonen hebben dat ook gedaan.

De vrouw van Abu Lahab, Arwah Oum Djamil, de dochter van Harb, was een groot vijand van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en zijn verkondiging. Zij bracht takken waar prikkels aanzaten en gooide die 's nachts op de weg van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zodat hij en zijn metgezellen verwond zouden raken.

Zij hoorde van de openbaring over haar en haar man Abu Lahab; 'Vernietigd zijn de handen van Abu Lahab' en ging met een hand vol stenen op zoek naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam terwijl hij samen met Abu Bakr bij de Ka'bah zat. Ze zei: ,,Waar is je kameraad? Ik heb gehoord dat hij mij hoont. Als ik hem zie gooi ik met deze stenen naar zijn mond. Bovendien ben ik ook een dichteres". Ze zei:,,Wij zijn deze belediger ongehoorzaam, weigeren zijn verzoek en verafschuwen zijn religie".

Ze vertrok nadat ze dit gedicht had gezegd. Abu Bakr vroeg: ,,Gezant van Allah, heeft ze jou niet gezien?" De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam antwoordde: ,,Nee, Allah heeft haar gezichtsvermogen afgenomen". De mensen van Quraish gebruikten onder andere om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam lastig te vallen, de term "muthammam", d.w.z. 'degene die beledigd wordt' in plaats van "moehammad" hetgeen betekent 'degene waarover met lof wordt gesproken'. Allah, de Verhevene, zorgde dat het geen invloed op hem had want hoe vaker ze het zeiden hoe vaker met lof over hem werd gesproken.

Alakhnas, de zoon van Shariq At-thaqafi beledigde ook de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Maar het leek alsof Abu Djahl de leiding had over het tegenhouden van de verkondiging van de boodschap. Hij beledigde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam met woorden en hield hem tegen bij het verrichten van het gebed en was trots over wat hij allemaal deed. Hij ging maar door totdat het de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te veel werd nadat hij hem had bedreigd toen hij hem zag bidden. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam greep hem bij zijn keel, schudde hem heen en weer en zei: 'Wee jou, wee en nogmaals wee jou, wee'. Hij zei: "Bedreig je me, Mohammed?" Bij Allah, je bent nergens tot in staat en jouw god ook niet. Ik ben de meest aanzienlijke die tussen deze twee bergen heeft gelopen.

Abu Djahl vroeg zijn vrienden of zij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam wilden zien met zijn gezicht gedrukt op de grond. 'Jazeker' antwoordden zij. Hij zei: "Bij Al-laat en Al'uzza, als ik hem zie trap ik op zijn nek en druk ik zijn gezicht tegen de grond". Hij naderde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam toen hij aan het bidden was omdat te doen. Zijn vrienden reageerden verbaasd toen hij zich terug begon te trekken en zijn handen bewoog alsof hij iets wilde tegenhouden. Zij vroegen hem: "Wat is er aan de hand Abulhakam?". Hij zei: "Er is tussen hem en mij een loopgraaf van vuur, angst en vleugels'. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: 'Als hij dichter bij mij was gekomen, hadden de engelen hem weggesleurd".
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.12.2 De vervolging (vervolg)

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:14 pm

3.12.2 De vervolging (vervolg)

Dezelfde tegenspoed had U'qbah Ibn Abi-Mu'it. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam was op een dag aan het bidden bij de Ka'bah, terwijl Abu Djahl samen met een aantal vrienden daar zat. Zij zeiden tegen elkaar: 'Wie van jullie pakt de ingewanden van de dieren van 'die en die stam' en legt deze op de rug van Mohammed zodra hij neerknielt? De meest verdoemde onder hen U'qbah Ibn Abi-Mu'it heeft ze gepakt en heeft gewacht totdat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam neerknielde. Daarop legde hij ze tussen de schouders van de profeet.

Zij begonnen te lachen en elkaar heen en weer te duwen, terwijl hij nog in de neerkniel-positie zat met zijn hoofd op de grond. Zo zat hij totdat zijn dochter Fatima kwam en het weghaalde tussen zijn schouders. Hij ging rechtop zitten en zei: 'Oh Allah, neemt U het op tegen Quraish'. Dat kwam zwaar bij hen aan omdat zij geloofden dat een aanroeping in Mekka altijd wordt verhoord. Daarna heeft hij hen bij naam genoemd; 'Oh Allah, neemt U het op tegen die en die....'. Zij werden allen vermoord tijdens de Badr-strijd.

Vijf personen beledigden de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam het meest: Alwalied Ibn Almoeghirah Almakhzoemi, Alaswad Ibn Abd-Yaghoeth Az-Zahri, Abu Zum'ah Alaswad Ibn Abdul-muttalib Alasadi, Alhaarith Ibn Qais Alkhuza'ie en Al'aas Ibn Wa?l As-Sahmi. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam werd op de hoogte gesteld dat hij beschermd zou worden tegen hun kwaad: "

Voorwaar, Wij hebben jou beschermd (tegen het kwaad) van de spotters" (Surah 15: Ayah 95).

Daarna is een ieder van hen door een onheil getroffen dat voor de anderen een teken was. Alwalied was een paar jaar hiervoor door een pijl in zijn hoofd geraakt maar het was niet ernstig. De engel Jibriel heeft het litteken aangewezen waarna het alleen maar erger werd, totdat hij een paar jaar later eraan stierf.

Nadat Jibriel naar het hoofd van Alaswad Ibn Abd-Yaghoeth Al'ansi had gewezen, kreeg hij verwondingen aan zijn hoofd waaraan hij later ook overleed. Ook is er over hem verteld dat zijn lichaam werd vergiftigd of dat Jibriel naar zijn buik wees, waarna zijn buik opzwelde en hij hieraan dood ging.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam kreeg erg veel last van Alaswad Ibn Abdulmuttalib. De profeet deed een verzoek tegen hem, waarbij hij zei: 'Oh Allah, maak hem blind en laat hem zijn kinderen verliezen'. Jibriel gooide hem met een prikkel in zijn gezicht waarna hij blind werd en werpte iets op zijn zoon waarna die dood is gegaan. Alhaarith Ibn Qais kreeg een kwaal aan zijn buik totdat hij zijn ontlasting via zijn mond kreeg. Kort daarop is hij dood gegaan.

Al'aas Ibn Wa?l heeft op een beestje "shibraqah" genoemd gezeten, waarbij een stekel daarvan in zijn voet terechtkwam en raakte vergiftigd tot in zijn hoofd. Hij is vervolgens daaraan dood gegaan.

Dit is de samenvatting van wat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en de moslims onder de Quraishieten allemaal hebben meegemaakt, na de verkondiging van de boodschap in het openbaar. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft de volgende twee stappen ondernomen gedurende deze zware periode.

Het huis van Al'arqam
De eerste stap was het huis van Al'arqam Ibn Abi-l'arqam Almakhzoemi, tot centrum te maken van verdere verkondiging, aanbidding van Allah en de vorming van de moslims. Het bevond zich bij As-safa, ver uit het oogbereik van de tirannen. Daar vergaderde hij in het geheim met zijn metgezellen, las voor uit de Koran aan hen, reinigde hun zielen en leerde hen wijsheden uit het boek. Hiermee heeft de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zijn metgezellen veel ellende bespaard van de openbare bijeenkomsten. Hij zelf Sallalahu 'alaihi wasalam verrichtte zijn gebed en verkondigde zijn boodschap echter wel in het openbaar waar de afgodendienaars ook bij waren. Ondanks het onrecht dat hem werd aangedaan, de geweldpleging en de bespottingen die hem ten deel vielen. Allah, de Verhevene, wilde dat Zijn boodschap iedereen zou bereiken; degenen die reeds geloven en degenen die niet in geloven. Mensen hebben dan geen excuses meer na de verkondiging. Op de opstandingsdag kan men dan ook niet zeggen: 'Er is tot ons geen verkondiger van verheugende tijdingen en een waarschuwer gekomen'.

De marteling van de moslims:
Zij hebben de moslims op verschillende wijzen gemarteld, soms op een beestachtige en een gruwelijke manier. Hieronder een aantal voorbeelden.

Bilal Ibn Rabah, moge Allah met hem tevreden zijn, was de slaaf van Umayah, de zoon van Khalaf, Aldjamhi. Umayah knoopte een touw om de nek van Bilal zodat de kinderen met hem konden spelen. Bilal zei echter: "ahad, ahad" d.w.z. "er is maar ??n God". Hij bracht hem ook in de middag naar buiten, legde hem op de grond bedekt met heet zand en steen. Hij gaf opdracht om een gote steen op de borst van Bilal te leggen, en hij zei tegen hem: ,,Zo blijf je liggen totdat je dood gaat tenzij je niet meer in Mohammed gelooft maar in Al-laat en Al'uzza aanbidt". Maar Bilal bleef zeggen: "ahad, ahad". Toen Abu Bakr, moge Allah met tevreden zijn, op een dag langskwam heeft hij Bilal vrijgekocht.

Zanira was een Romeinse slavin die de Islam aanhing. Ze werd gemarteld met als gevolg dat ze blind werd; men beweerde toen dat dat het werk van Al-laat en Al'uzza was. Zij antwoordde: ,,Voorwaar, dat is het niet. Dit is de wil van Allah, hij zal het genezen als hij dat wil". De volgende ochtend kon ze weer zien. De inwoners van Quraish beweerden toen dat het door de magie van Mohammed kwam.

Onder de slavinnen die zich tot de Islam bekeerden en gemarteld zijn, behoren ook An-nahdiyah en haar dochter. Zij waren het bezit van een vrouw uit Beni Abde-daar. Abu Bakr, moge Allah met hem tevreden zijn, heeft al deze slavinnen vrijgekocht zoals hij dat deed bij Bilal, Aamir Ibn Fahirah en Abu Fakiehah. Zijn vader Abu Quhafah, nam hem dat erg kwalijk en zei: ,,Ik zie jou alleen de zwakken vrijkopen. Als je nou eens sterke mannen vrijkoopt, dan beschermen ze je nog". Hij zei:,,Ik doe dat omwille van Allah's tevredenheid". Toen heeft Allah, de Verhevene, verzen uit de Koran neergezonden waar Hij hem verheerlijkt en zijn vijanden beledigt:

"Maar degenen die (Allah) vrezen zal daar ver van gehouden worden. Degene die van zijn bezit geeft om zich te reinigen. En niet om voor een gunst aan iemand beloond te worden. Maar om het welbehagen van zijn Heer, de Verhevene, te zoeken. En hij zal zeker tevreden zijn." (Surah 92:Ayah 14, 21).

Met de laatste wordt Abu Bakr bedoeld, moge Allah met hem tevreden zijn, en ook degenen die vrijgekocht zijn en alle andere metgezellen van de profeet, Allah's zegen vrede zij met hem.

De vader en de moeder van Ammar Ibn Yaasir zijn ook mishandeld en gemarteld, moge Allah met hen tevreden zijn. Zij waren bondgenoten van Beni Makhzoem met Abu Djahl als hoofd van de stam. Zij werden naar Alabtah gebracht zodra de grond heet genoeg was geworden en werden gemarteld. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam liep langs en zei: "Familieleden van Yaasir, volhard want jullie ontmoeting is in het paradijs. Oh Allah, vergeef de familieleden van Yaasir."

Yaasir, de vader van Ammar (zijn hele naam is Yaasir Ibn Ammar Ibn Malik Al'ansi Almathhadji) is door marteling om het leven gekomen. De moeder van Ammar (Sumayah, dochter van Khayat en de slavin van Abu Huthaifah Almakhzoemi) was een oude zwakke vrouw. Abu Djahl stak haar met een pijl in haar vagina waarna ze stierf. Daarmee werd zij de eerste martelaar in de Islam.

Ammar kon op een gegeven moment de martelingen niet meer verdragen; de afgodendienaars dwongen hem de ene keer om een harnas aan te trekken als het erg warm was, de andere keer legden ze een grote en zware steen op zijn borst en weer een andere keer stopten ze zijn hoofd onder water net zolang totdat hij bepaalde dingen zei die zij wilden horen. Maar in zijn hart hield hij stevig vast aan zijn geloof. Allah, deVerhevene, heeft naar aanleiding hiervan de volgende verzen neergzonden:

"Wie aan Allah ongelovig is na geloofd te hebben, behalve wie gedwongen is terwijl zijn hart in het geloof tot rust gekomen was, maar (voor) wie die zijn hart voor het ongeloof openstelde: voor hem is er de toorn van Allah en voor hem is er een geweldige bestraffing." (Surah 16: 106)

Abu Bakr As-siddieq en Talhah Ibn U'baidillah werdenlastiggevallen door Nawfal Ibn Khuwailid Al'adwi. Volgens sommige overleveringen werden zij ook door Othman Ibn U'baidillah (de broer van Talhah) met een touw vastgebonden, zodat zij niet konden bidden en hun religie uitoefenen. Zij weigerden zich echter te onderwerpen, hebben zich bevrijd en zijn gaan bidden. Zij werden "alqarienayn" genoemd, d.w.z. kameraden, omdat zij eens aan elkaar werden vastgebonden.

Elke keer als Abu Djahl te horen kreeg dat er iemand van de vooraanstaanden zich tot de Islam had bekeerd maakte hij hem te schande, verweet hem van alles en bedreigde dat zijn vermogen en aanzien enorme schade zouden lopen. Anders was zijn reactie als de pas bekeerde een zwak iemand was; hij sloeg hem en zette anderen aan dat ook te doen. Dit was het geval bij iedereen die de Islam omhelsde. Deze aanvallen vonden plaats tegen de zwakken onder de moslims maar soms ook tegen anderen. Met de vooraanstaanden en hoog-geplaatsten die zich tot de Islam bekeerden, werd wel rekening gehouden. Ze konden alleen door degenen die een gelijke positie hadden worden lastigvallen met de nodige voorzichtigheid.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.13 De emigratie naar Abessini

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:15 pm

3.13 De emigratie naar Abessini

De moslims hadden het dus zwaar te verduren. De volgende stap die de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam nam is de moslims erop wijzen naar Abessini? te emmigreren nadat hij er zeker van was dat de koning An-nadjashi een rechtvaardig iemand is die niemand onrecht zal aandoen.

In de maand Radjab van het jaar 5 na het gezantschap is de eerste groep moslims ge?mmigreerd. Twaalf mannen en vier vrouwen met als hoofd Othman Ibn Affan Alamawi, moge Allah met hem tevreden zijn. Zijn vrouw Ruqayah, de dochter van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam was er ook bij. Zij worden beschouwd als het eerste gezin, na die van Ibrahiem en Loet, die op de weg van Allah zijn ge?mmigreerd.

Deze groep vertrok 's nachts richting de haven van Shu'abah, ten zuiden van Jedda. Allah's voorbeschikking heeft er voorgezorgd dat zij twee handelsboten troffen waarmee zij naar Abessini? vertrokken.

De mensen van Quraish reageerden woedend toen zij erachter kwamen, volgden hun sporen zodat zij hen zouden kunnen tegen houden en terugbrengen naar Mekka om hen vervolgens te mishandelen en af te houden van de religie van Allah. De moslims waren hen echter te snel af en al op zee, waarna zij met lege handen terugkeerden nadat ze het strand tevergeefs hadden bereikt.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.14 De bekering van Hamzah

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:16 pm

3.14 De bekering van Hamzah

Abu Djahl liep op een dag langs de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bij As-safa en beledigde hem. Hij zou de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zelfs met een steen tegen zijn hoofd hebben geslagen waarna hij ernstig bloedde. Abu Djahl vertrok daarna naar een gezelschap van Quraish bij de Ka'bah en nam plaats temidden van hen. Een slavin van Abdullah Ibn Djad'aan zag het allemaal gebeuren vanuit een woning bij As-safa. Na een poosje kwam Hamzah terug van de jacht en pakte meteen een boog, toen zij hem het verhaal vertelde. Hamzah ging op zoeknaar Abu Djahl totdat hij hem vond en zei tegen hem: "Jij! beledig jij de zoon van mijn broer terwijl ik een aanhanger ben van zijn religie?"

en hij sloeg hem met zijn boog zodat het een flinke wond bij Abu Djahl achterliet. De stammen Beni Makhzoem en Beni Haashim, waartoe Abu Djahl behoorde, reageerden woedend, maar Abu Djahl zei tegen hen: "Laat Abu A'marah (Hamzah) maar met rust want ik heb de zoon van zijn broer inderdaad vreselijk beledigd".

De bekering van Hamzah tot de Islam was meer een kwestie van hoogmoed. Het was alsof hij het niet echt meende toen hij het gezegd had. Maar Allah heeft later zijn hart echt opengesteld voor de Islam. Hij was de meest trotse jongeman van Quraish, de sterkste zodat hij "asadullah" d.w.z. "de leeuw van Allah" werd genoemd. Hij werd moslim in de maand Thil-hidjah van het jaar 6 na het gezantschap.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.15 De bekering van Omar

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:16 pm

3.15 De bekering van Omar

Drie dagen nadat Hamzah zich tot de Islam bekeerde, deed Omar Ibnulkhattaab dat ook. Voordat hij moslim werd had hij de hardste acties gevoerd tegen de moslims.
Op een nacht hoorde hij in het geheim de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam uit de Koran lezen tijdens zijn gebed bij de Ka'bah. De waarheid drong tot zijn hart door maar hij hield vast aan zijn standpunt. Op een dag droeg hij een zwaard en vertrok om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te vermoorden.

Hij kwam een man tegen die hem vroeg: ,,Waar ga je naar toe, Omar?". Hij antwoordde: ,,Ik wil Mohammed vermoorden". ,,Hoe ontsnap je dan aan de wraak van Beni Haashim en Beni Zuhrah als je Mohammed vermoordt" zei de man. Omar zei: ,,Ben jij soms bekeerd?". Hij zei: ,,Omar, zal ik je eens iets heel vreemds vertellen? Je zus en je zwager zijn bekeerd". Omar vertrok woedend naar hen. Bij hen thuis was Khabab Ibn Al'art die soerat "Taha" uit de Koran juist voorlas. Toen ze hoorden dat Omar kwam, raakten ze in paniek en heeft de zus van Omar het blad verstopt. Hij liep naar binnen en vroeg: ,,Wat hoor ik hier?". Ze antwoordden: ,,We waren gewoon aan het praten". Omar zei: ,,Of zijn jullie soms bekeerd?". Zijn zwager zei: ,,Omar, wat als de waarheid zich ergens anders bevindt dan in je eigen religie?". Omar pakte zijn zwager en sloeg hem vreselijk. Zijn zus probeerde hem tegen te houden waarna hij haar een klap gaf. Dat veroorzaakte een wond in haar gezicht, zodat het ging bloeden. Zij werd kwaad en zei: ,,Omar, de waarheid is niet in je eigen religie te vinden. Ik verklaar dat er geen andere God bestaat dan Allah en dat Mohammed Zijn gezant is."

Omar voelde zich hopeloos en had wroeging om wat hij gedaan had. ,,Mag ik dat blad dat jullie hier hebben?" vroeg hij. ,,Dan kan ik het lezen." Zijn zus antwoordde: ,,Jij bent onrein en alleen reine mensen kunnen het aanraken, ga je wassen".

Hij deed dat, pakte het blad en las: ,,In de naam van Allah, de Barhartige, de Ermbarmer" en zei: ,,Lofwaardige en reine namen" en heeft verder gelezen tot aan: ,,Voorwaar, Ik ben Allah, er is geen god dan Ik. Aanbid mij daarom en onderhoud de salat om Mij te gedenken" Omar zei: ,,Dit zijn prachtige uitspraken. Waar kan ik Mohammed vinden?". Khabab liep hem achterna en zei: ,,Wees verheugd Omar. Ik hoop dat de smeekbede van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam donderdagnacht voor jou bedoeld was" (De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam had een smeekbede verricht op die nacht en had gezegd: ,,Oh Allah, versterk de Islam met ??n van de twee mannen; Omar Ibnulkhattaab of Abu Djahl Ibn Hishaam"). Khabab vertelde hem daarna dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zich in het huis van Al'arqam bevond.Omar vertrok naar het huis en klopte op de deur. Een man achter de deur zag dat hij een zwaard bij zich had en vertelde dat aan de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . De aanwezigen kwamen bij elkaar. Hamzah zei: ,,Wie is er aan de deur?" ,,Omar" zeiden ze. Toen zei hij: ,,Doe dan die deur open. Als hij goede bedoelingen heeft vindt hij die ook bij ons en als hij slechte bedoelingen heeft, vermoorden wij hem met zijn eigen zwaard." De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam kreeg op dat moment een openbaring.

Hij kwam naar buiten en trok Omar bij zijn kleding naar zich toe. Hij zei tegen hem: ,,Houd je hiermee op Omar of wacht je tot Allah jou hetzelfde lot heeft toebedeeld als Alwalid Ibnulmughirah?" Hij voegde er aan toe : ,,Oh Allah, dit is Omar Ibnulkhattaab. Oh Allah, versterk de Islam met Omar Ibnulkhattaab." Waarna Omar zei: ,,Ik verklaar dat er geen andere god is dan Allah en dat u de gezant van Allah bent." De aanwezigen zeiden daarop gezamenlijk "allahoe-akbar" d.w.z. "Allah is groot", dat gehoord werd in de moskee.

De reactie van de afgodendienaars ten opzichte van de bekering van Omar
Omar, moge Allah met hem tevreden zijn, was een moedig man. Toen hij moslim werd ging
hij naar de grootste vijand van de profeet en de moslims onder de inwoners van Quraish; Abu Djahl. Hij klopte aan op zijn deur, Abu Djahl kwam naar buiten en zei: ,,Welkom. Wat is er aan de hand?" Omar antwoordde: ,,Ik kom om jou te vertellen dat ik in Allah en in Zijn gezant Mohammed geloof". Abu Djahl gooide de deur achter zich dicht en zei: ,,Moge Allah jou en je bericht vervloeken". Omar vertrok daarna naar zijn oom Al'aas Ibn Haashim, bracht hem daarvan op de hoogte en mocht van zijn oom het huis binnen. Daarna is hij naar Jamil Ibn Ma'mar Aldjamhi gegaan, de snelste berichtverspreider in Quraish, en vertelde hem dat hij moslim was geworden, waarna Jamil hardop riep: ,,Omar heeft zijn religie verlaten". Omar zei: ,,Dat is een leugen, ik ben moslim geworden". De mensen vielen Omar aan waarna zij tot de ochtend hebben gevochten. Toen hij naar zijn woning terugkeerde volgden zij hem om hem te vermoorden. Het waren er veel. Al'aas Ibn Wa?l As-sahmi uit Beni Sahm kwam op dat moment, zijn stam was een bondgenoot voor Beni U'day, de stam van Omar. Hij zei tegen Omar: ,,Wat heb je?". ,,Jouw mensen beweren dat zij me zullen vermoorden als ik moslim wordt", zei Omar. Al'aas reageerde: ,,Maar ze kunnen niet bij jou terechtkomen", liep naar buiten en zag een grote groep mensen bij de vallei en vroeg hen: ,,Waar willen jullie naar toe?" Zij antwoordden: ,,Ibnulkhattaab heeft zijn religie verlaten". Hij vertelde hen dat ze niet bij hem terecht konden, waarna zij terugkeerden.

De versterking van de Islam en de moslims door de bijkomst van Omar
De moslims ondervonden van het feit dat Omar zich tot de Islam had bekeerd veel steun en kracht. Daarvoor verrichten ze het gebed in het geheim. Toen Omar moslim werd zei hij: ,,O gezant van Allah, wij zijn toch op het rechte pad, of we nu blijven leven of dood gaan?".

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam antwoordde: ,,Jawel". Omar zei: ,,Waarom de geheim-houding dan? Ik zweer bij Degene die jou met de waarheid heeft gezonden, dat we naar buiten toe moeten gaan". Met Hamzah in een rij en Omar in een andere rij liepen zij in twee rijen de straat op totdat zij de gewijde Moskee "almasdjid alhraam" binnen liepen.

De mensen van Quraish werden erg bedroefd toen zij dat zagen. Vandaar dat Omar later "alfaroeq" werd genoemd, dat wil zeggen de scheider tussen het goed en het kwaad. Ibn Mas'ud heeft in dit verband gezegd: ,,Wij hebben onze hoogmoedigheid niet meer verloren, sinds Omar moslim werd. Wij konden niet vlak voor de Ka'bah bidden totdat Omar zich tot de Islam had bekeerd."

Suhaib heeft ook gezegd: ,,De Islam verscheen pas helemaal toen Omar moslim werd. Vanaf dat moment kon de verkondiging plaatsvinden in het openbaar en wij konden rondom de Ka'bah zitten en lopen. We kregen toen rechten van wie ons hadden onderdrukt en konden hen ook tegenspreken."
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.16 De gehele isolatie en het uitwijzingsbevel

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:17 pm

3.16 De gehele isolatie en het uitwijzingsbevel

De afgodendienaars van Quraish raakten meer en meer in verwarring nadat al hun pogingen om de verkondiging van de boodschap tegen te houden, mislukt waren en het in de gaten kregen dat Beni Haashim en Beni Almuttalib vastbesloten waren de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te beschermen ondanks alle gevolgen. Zij kwamen bijeen op een terrein van Beni Kinanah om de situatie te bestuderen en tot een nadeer besluit te komen. Na lang te hebben beraadslaagd, kwamen ze tot een misdadig besluit waarover zij het allemaal eens waren; zij zouden geen huwelijken sluiten met mensen uit Beni Haashim en Beni Almuttalib, geen handel met ze drijven, niet langer gezamenlijk met ze zitten of zich met hen op een plek bevinden, hun huizen niet betreden, niet met ze praten, geen verzoeningsverzoek van ze accepteren en geen genade met ze hebben totdat zij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam aan hen zouden uitleveren zodat zij hem zouden kunnen vermoorden.

Zij sloten een akkoord hierover en stelden dat vast in een verklaring dat zij binnen de Ka'bah ophingen. Baghid Ibn A'amir Ibn Haashim had deze overeenkomst geschreven. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verwenste hem waarna een paar vingers van zijn hand verlamd raakten.

De gelovigen en de ongelovigen onder Beni Haashim en Beni Almuttalibverzamelden zich daarna op een domein van Abu Talib behalve Abu Lahab. Ze waren alles ontnomen en het was de handelaren verboden om aan hen goederen te verkopen. Zij waren er slecht aan toe en hebben zelfs bladeren van bomen gegeten. Het werd steeds erger, de stemmen van kinderen en vrouwen waren te horen door de honger. Er bereikte hen niets in het openbaar. In het geheim bracht Hakim Ibn Hizam tarwe naar zijn tante Khadija, moge Allah met haar tevreden zijn. Zij verlieten hun plaats alleen gedurende de gewijde maanden "alash'hur alhurum". Op deze manier konden ze goederen kopen van de karavanen die van buitenaf Mekka kwamen, alleen verhoogden de bewoners van Mekka die prijzen zodat zij ze niet konden betalen.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ging ondanks dit gewoon door met de verkondiging van zijn boodschap vooral gedurende de bedevaartsdagen, wanneer alle Arabische stammen naar Mekka kwamen.

De vernietiging van het verdrag en het opheffen van het uitwijzingsbevel
Ongeveer drie jaar later en volgens de voorbeschikking van Allah, de Verhevene, kwam deze vijandigheid ten einde. Allah heeft de harten van vijf vooraanstaanden van Quraish bewerkt om het verdrag te vernietigen en het uitwijzingsbevel op te heffen. Ook stuurde Hij een insect "al'aradah" dat alles wat op het blad was geschreven heeft opgevreten, behalve de tekst over het gedenken van Allah, de Verhevene.

Deze vooraanstaanden van Quraish waren: Hishaam Ibn Amr Ibn Alhaarith uit Beni Aamir Ibn Lu'ay; Hishaam benaderde Zuhair Ibn Abi Umayah Almakhzoemi, de zoon van A'atikah, tante van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ; daarna benaderde Hishaam Almut'im Ibn U'day, Abi Albuhturi Ibn Hishaam en Zum'ah Ibn Al'aswad en herinnerde hen aan de bloedverwantschap onder hen, verweet hen dat zij instemden met de ongerechtigheid en moedigde hen aan om het verdrag te vernietigen. Zij verzamelden zich bij Khatm Alhudjun en bedachten een plan om het verdrag te vernietigen.

De volgende ochtend kwam Zuhair naar de gewijde moskee. De mensen van Quraish waren ook aanwezig. Hij liep rond de Ka'bah en sprak de aanwezigen toe: ,,O bewoners van Mekka, wij eten voedsel en dragen kleren terwijl Beni Haashim en Beni Almuttalib uitgeput zijn. Ze verkopen niets en kunnen niets kopen. Ik ga niet zitten voordat dit onrechtvaardige verdrag wordt versheurd".

Abu Djahl reageerde: ,,Niet waar. Bij Allah, het zal niet verscheurd worden". Toen zei Zum'ah: ,,Wel waar. Wij waren het helemaal niet eens toen het geschreven werd". Abul-buhturi voegde eraan: ,,Zum'ah heeft gelijk, wij accepteren de inhoud daarvan niet en werken daaraan niet langer mee." Almu'tim Ibn U'day zei toen: ,,Jullie hebben gelijk en wie anders zegt vertelt de onwaarheid. Wij zoeken onze toevlucht bij Allah en hebben verder niks met de inhoud daarvan te maken". Hishaam Ibn Amr steunde hem ook. Abu Djahl zei toen: ,,Dit is allemaal op een nacht geregeld en jullie hebben je elders hierover beraad". Abu Talib zat in een hoek van de moskee. Hij kwam om hen te vertellen dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hem had verteld dat Allah, de Verhevene, een insect zou sturen dat het verdrag zou opvreten, behalve de delen waarover Allah stond geschreven. Abu Talib zei: ,,Als hij liegt dan leveren we hem aan jullie uit, anders vernietigen jullie het verdrag dat ons heeft ge?soleerd en onrecht heeft gedaan." De anderen accepteerden het voorstel. Almut'im stond op om het blad te vernietigen en vond inderdaad het insect dat het blad helemaal had opgevreten behalve waar Allah, de Verhevene, werd genoemd. Dit was een wonder van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam dat de afgodendienaars hebben gezien, maar toch hielden zij vast aan hun verdorvenheid.

Het uitwijzingsbevel werd hierna opgeheven, waarna de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en de rest gewoon weer naar buiten konden.

De delegatie van Quraish bij Abu Talib
Na het opheffen van het uitwijzingsbevel ging alles weer zoals voor het uitwijzingsbevel. Het duurde maar een paar maanden of Abu Talib werd erg ziek. Het werd steeds erger, maar hij was dan ook ruim tachtig jaar oud.

De mensen van Quraish wisten al dat hij niet meer zou opstaan. Zij over-legden en zeiden tegen elkaar: ,,Zullen we naar Abu Talib gaan en hem vezoeken de zoon van zijn broer aan ons te leveren want straks overlijdt hij, als Mohammed dan iets overkomt dan schelden de Arabieren ons uit. Zij zullen dan zeggen: ,,Zij hebben gewacht totdat zijn oom overleed en hebben hem daarna pas gegrepen"." Zij vertrokken naar Abu Talib en verzochten hem alsnog de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam tegen te houden zodat hij hun goden met rust zou laten. Abu Talib riep de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bij hem en vertelde hem wat zij wilden. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,O oom, ik heb het slechts over ??n woord, als zij het uitspreken krijgen ze alle Arabieren achter zich en zullen de niet-Arabieren de "djizyah" aan hen betalen" (een belasting die een niet-moslim die zich binnen de islamitische staat vestigt moet betalen, in ruil voor de bescherming). Zij reageerden verbaasd: ,,Een woord? Tien zelfs, zeg het maar?". De profeet zei: ,,Er bestaat geen andere god dan Allah". Zij stonden woedend op en zeiden: "Heeft hij de goden tot ??n God gemaakt? Voorwaar, dit is zeker een verbazingwekkend iets."
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.17 Het jaar van verdriet

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:18 pm

3.17 Het jaar van verdriet

De dood van Abu Talib
De ziekte van Abu Talib werd steeds erger, waarna hij is overleden. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam liep bij hem naar binnen, terwijl Abu Djahl en Abdullah Ibn Abi Umayah bij hem waren, en zei tegen hem: ,,O oom, zeg dat er geen god is dan Allah, een uitspraak waarmee ik veel voor je kan betekenen bij Allah." De aanwezige mannen zeiden:,,O Abu Talib, wens je de religie van Abdulmuttalib te verlaten? Zij spraken verder met hem en als laatste heeft hij gezegd: ,,...de relige van Abdulmuttalib."

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei daarna: ,,Ik zal vergiffenis voor je vragen, behalve als Allah mij dat af zou raden". Allah, de Verhevene, openbaarde toen:

"Het past de profeet en degenen die geloven niet dat zij de veelgoden-aanbidders om vergeving vragen, ook al zijn zij verwanten, nadat het hen duidelijk is geworden dat zij de bewoners van de Hel zijn." (Surah 9: Ayah 113).

Ook is in dit verband geopenbaard:

"Voorwaar, Jij kunt degene die jij liefhebt geen leiding geven." (Surah 28: Ayah 56).

Abu Talib overleed in de maand Radjab (of Ramadan) van het jaar 10 na het gezantschap, zes maanden na het vernietigen van het verdrag en het opheffen van het uitwijzingsbevel. Hij steunde en beschermde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . De verkondiging van de Islam heeft onder zijn hoede de tegenwerking van velen kunnen doorstaan, maar hij hield vast aan de religie van zijn voorouders en miste daardoor de gehele voorspoed.


Al'abbas vroeg de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam : ,,Kon je niets voor je oom betekenen? Hij behoedde en beschermde je". Hij antwoordde: ,,Hij bevindt zich in een ondiepe laag van de hel, als ik er niet geweest was dan had hij in de laagste verdieping gezeten."

De dood van Khadija
Voordat het verdriet om de dood van Abu Talib verwerkt was, is de moeder der gelovigen Khadija, moge Allah met haar tevreden zijn, ook overleden. Dit gebeurde in de maand Ramadan van hetzelfde jaar (10) waarin Abu Talib was overleden; twee maanden en drie dagen later. Zij steunde oprecht de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam in zijn boodschap om de Islam te verkondigen. Ze hielp hem met haar geld en inzet en deelde zijn zorgen.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,Zij geloofde in me toen de mensen mij ongelovig waren, zij vertrouwde me toen de mensen vonden dat ik onwaarheden vertelde, zij deelde haar geld met mij toen de mensen mij alles ontnamen en Allah heeft mij aan alleen van haar kinderen geschonken en niet van een andere vrouw." Van haar goedgunstigheden is er overgeleverd dat de engel Jibriel, vrede zij met hem, tegen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,O gezant van Allah, daar komt Khadija aan, ze draagt wat eten of drinken bij zich. Als zij komt doe haar "salaam" (de groeten) van haar Heer en feliciteer haar met een huis van riet in het paradijs, waar noch lawaai noch vermoeidheid bestaat."

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam noemde haar voortdurend en vroeg om genade voor haar en was altijd emotioneel en vol met mededogen als hij over haar sprak. Hij slachtte af en toe een schaap en stuurde het naar haar vrienden. Zij had enorm veel goede karaktertrekken.

Het verdriet stapelde zich verder op
De beproeving werd de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te zwaar van de kant van de mensen van Quraish, na het overlijden van zijn oom Abu Talib en zijn vrouw Khadija, moge Allah met haar tevreden zijn. Zij durfden het aan om hem te beledigen en openlijk te kwetsen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam werd hierdoor kwetsbaar ondanks het feit dat het minder erg was dan het overleden van zijn oom en zijn vrouw. Het was zo erg dat een dwaze man uit Quraish aarde op zijn hoofd wierp; een dochter van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verwijderdde dat terwijl ze aan het huilen was. Hij zei tegen haar: ,,Niet huilen dochter, Allah beschermt je vader wel". Hij voegde er aan toe: ,,De mensen van Quraish hebben mij pas na de dood van Abu Talib veel pijn aangedaan'.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.18 Mohammed's huwelijk met Sawdah en Aicha

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:19 pm

3.18 Mohammed's huwelijk met Sawdah en Aicha

In de maand Shawal, een maand na het overlijden van Khadija, is de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam met Sawdah, dochter van Zum'ah getrouwd. Zij was daarvoor getrouwd met haar neef As-sakraan Ibn Amr, moge Allah met hem tevreden zijn. Zij behoorden tot de eersten die de Islam omhelsden, zijn naar Alhabasha ge?mmigreerd en keerden later terug naar Mekka waar As-sakraan Ibn Amr overleed. Nadat het geoorloofd was om haar te huwen trouwde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam met haar. Een paar jaar later schonk zij haar beurt aan A?cha.

Zijn huwelijk met A?cha, moge Allah met haar tevreden zijn, was ook in de maand Shawal een jaar na zijn huwelijk met Sawdah. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam trouwde met A?cha in Mekka toen zij zes jaar oud was maar hij trok pas bij haar in toen zij negen jaar oud werd. Zij was de meest geliefde onder zijn vrouwen en de meest geleerde onder de moslim-vrouwen. Zij had talloze goede karaktertrekken en goedgunstigheden
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.19 De reis naar Ta'if

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:19 pm

3.19 De reis naar Ta'if

Onder deze omstandigheden vertrok de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naar Ta?f in de hoop dat de mensen daar zijn boodschap zouden aanvaarden of dat zij hem zouden opvangen en steunen. Hij vertrok lopend samen met zijn slaaf Zaid Ibn Haarithah. De profeet, verkondigde de Islam aan elke stam waar hij langsliep totdat hij Ta?f bereikte. Hij benaderde drie broers onder de vooraanstaanden van de stam Thaqief. Hij verzocht hen zich tot de Islam te bekeren en hem in de verdere verkondiging daarvan te steunen, maar zij weigerden het; sterker nog, zij hebben hem zeer slecht behandeld. Hij verliet hen en benaderde andere mensen. Zo ging hij van de ene vooraanstaande naar de andere. Tien dagen lang heeft hij vrijwel alle vooraanstaanden tevergeefs gesproken. Zij reageerden met te zeggen: ,,Ga weg uit ons land." Zij hebben hun kinderen, slaven en de dwazen onder hen aangezet om hem lastig te vallen. Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam wilde vertrekken uit Ta?f stonden zij in twee rijen voor hem in de weg, zij begonnen hem te beledigen en gooiden met stenen waarna zijn enkel en voet gingen bloedden. Zaid Ibn Harithah, moge Allah met hem tevreden zijn, beschermde hem met zijn lichaam, verdedigde hem en raakte gewond aan zijn hoofd. Zij gingen door totdat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam aankwam bij de tuin van U'tbah en Chaibah, de zonen van Rabi'ah, drie mijlen buiten Ta?f. Hij ging naar binnen waarna zij zich terugtrokken.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ging in die tuin zitten onder een druivenboom met zijn rug tegen een muur. Het had hem diep geraakt, hij sprak zijn bekende smeekbede uit: "Oh Allah, aan U leg ik de zwakte van mijn eigen krachten voor, mijn beperkte vermogens en mijn hopeloosheid jegens de mensen. U bent de meest Barmhartige, U bent de Heer voor de minder bedeelden en mijn Heer, aan wie laat U mij over? Aan een afgelegen iemand die mij onvriendelijk behandeld of aan een vijand die mij in zijn macht heeft. Als U niet kwaad op mij bent dan trek ik me er verder niets van aan, Uw vergeving is van grotere betekenis voor me. Ik zoek toevlucht bij het licht van Uw gezicht waardoor de duisternis verlicht wordt en waar het wereldlijk leven en het hiernamaals leidraad bij hebben, dat ik niet wordt getroffen door Uw kwaadheid of ontevredenheid. Uw tevredenheid is het hoogste doel en er is noch kracht noch macht zonder Uw steun."

De zonen van Rabi'ah zagen de profeet in deze situatie en kregen medelijden met hem, ze stuurden hem een bosje druiven die door A'ddas, een Christelijke slaaf van hen, werd overhandigd. Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zijn hand uitstak om de druiven aan te pakken zei hij: "bismillah", d.w.z. "in de naam van Allah" en begon ervan te eten. A'ddas zei: ,,Dat zeggen de bewoners hier niet". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vroeg hem: ,,Waar kom jij dan vandaan en wat is je religie?"

waarna A'ddas antwoordde: ,,Ik ben een christen uit Ninawa." De profeet zei: ,,Het dorp van de deugdzame man Yoenus Ibn Mattah." ,,Wat weet jij over Yoenus Ibn Mattah?" vroeg A'ddas. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,Hij is mijn broeder, hij was een profeet zoals ik ook ben", daarop vertelde hij het verhaal van Yoenus, vrede zij met hem, uit de Koran aan A'ddas. Waarschijnlijk is A'ddas later moslim geworden.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verliet daarna deze tuin richting Mekka, bezorgd en verdrietig. Bij zijn aankomst in Qarn Almanazil werd hij geschaduwd door een wolk waarin de engel Jibriel zich bevond samen met de engel van de bergen. Jibriel riep de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam toen hij omhoog keek. Jibriel zei: ,,Allah heeft de engel van de bergen naar u toegezonden opdat die tot uw bevel staat".

De engel van de bergen begroette de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en zei: ,,O Mohammed, U behoeft het maar te zeggen. Als u het wenst, klap ik de al'akhchabain over hen heen (de al'akhchabain zijn twee bergen in Mekka; de berg Abu-Qubais en de berg er tegenover). De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,Ik hoop dat Allah uit hun voortplanting mensen laat voortkomen die Hem alleen en geen met gezellen zullen aanbidden."

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hoefde niet meer bezorgd te zijn na de komst van de engelen en de steun van Allah. Hij vertrok alweer verder richting Mekka, hij stopte bij Nakhlah en verbleef daar een paar dagen. Tijdens zijn verblijf daar stuurde Allah hem een groep djinn's die naar de Koran luisterden tijdens het ochtendgebed. Na afloop van het gebed vertrokken zij naar hun volk om hen te berichten dat ze gelovig waren geworden. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam had hen niet in de gaten totdat de openbaringen dat bekendmaakten; een paar verzen uit de Koran in soerat Al'ahqaaf en soerat Al-djinn.

Een paar dagen later verliet de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam Nakhlah richting Mekka met de hoop dat Allah, de Verhevene, hem een oplossing zou geven. Hij vreesde ook dat de mensen van Quraish wraak zouden blijven nemen en hem slecht zouden behandelen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft desondanks voorzorgs maatregelen genomen en is eerst naar de Hira'e-grot gegaan, hij stuurde een man naar Al'akhnas Ibn Chariq om hem te beschermen. Deze heeft zich verontschuldigd omdat hij een bondgenoot was en dus geen bescherming kon bieden. De profeet stuurde vervolgens iemand naar Suhail Ibn Amr, maar deze heeft zich ook verontschuldigd omdat hij van Beni A'amir Ibn Lo'ay was en zij, de mensen van Beni Ka'b Ibn Lo'ay, konden geen bescherming bieden.

Vervolgens stuurde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam iemand naar Almut'im Ibn U'day; hij behoorde tot de stam Beni Nawfal Ibn Abd-Munaf en was de broer van Haashim Ibn Abd-Munaf, de grootvader van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . De stam Abd-Munaf is de meest aanzienlijke in Quraish. Almut'im accepteerde het verzoek en heeft zich samen met zijn zoons gewapend en stuurde vervolgens iemand naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam waarna de profeet de gewijde moskee binnen is gekomen, rondom de Ka'bah heeft gelopen en het gebed heeft verricht (twee "rak'ah"). Daarna keerde hij terug naar zijn huis terwijl Almut'im Ibn U'day en zijn zoons de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gewapend beschermden. Almut'im had al in Quraish aangekondigd dat hij Mohammed onder zijn bescherming zou nemen en zij accepteerden dat van hem.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.20 Het verzoek van wonderen en tekenen

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:20 pm

3.20 Het verzoek van wonderen en tekenen

De afgodendienaars daagden de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam herhaaldelijk uit en verzochten hem wonderen te verrichten. De vooraan-staanden hebben zich op een gegeven moment verzameld in de gewijde moskee voor beraad en stuurden iemand naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam om hem te spreken.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hechtte veel belangstelling hen naar het rechte pad te leiden zoals Allah, de Verhevene, heeft gezegd:

"En misschien zou jij (O Mohammed) jezelf na hun afwenden vernietigen van verdriet, wanneer zij niet in dit bericht (de Koran) geloven." (Surah 18: Ayah 6).

Hij kwam snel naar hen toe met de hoop dat zij zich tot de Islam zouden bekeren. Zij zeiden: ,,Je vertelt ons dat gezanten wonderen hebben verricht; de stok van Moesa, het dier van Thamoed en Iesa die doden kon laten herleven. Laat ons dan een wonder zien zoals de vorige gezanten."

Zij dachten dat gezanten in staat waren zelf deze wonderen te verrichten en het tijdstip zelf daarvoor te bepalen zoals andere mensen hun gewone daden verrichten. De afgodendienaars stelden de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam voor om de "safaa" in goud te veranderen, de bergen te laten verdwijnen, de grond plat te maken, rivieren te laten stromen of om hun overleden voorouders te laten herrijzen zodat zij konden geloven dat hij een gezant was:

"En zij zeiden (tegen Mohammed): "Wij zullen jou nooit geloven, totdat jij voor ons een bron uit de aarde doet opwellen. Of jij een tuin met dadelpalmen en druivenstruiken hebt, en dan overvloedige rivieren uit hun midden doet ontspringen. Of jij de hemel in stukken op ons neer doet vallen, zoals jij ons beweert, of jij Allah en de Engelen vr ons brengt. Of jij een huis van goud hebt, of naar de hemel opstijgt, en wij zullen jouw opstijging nooit geloven, totdat jij een boek naar ons neerzendt, dat wij kunnen lezen"." (Surah 17: Ayah 90 t/m 93).

Zij toonden zich bereid om zich tot de Islam te bekeren als zou blijken dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam in staat was aan hun verzoek te voldoen;

"En zij hebben bij Allah dure eden gezworen dat, indien er een Teken tot hen zou komen, zij er zeker door zouden geloven." (Surah 6: Ayah 109).

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft vervolgens Allah, de Verhevene, aangeroepen hen te laten zien wat zij allemaal vroegen. Hij hoopte dat zij daarom alsnog zouden geloven. Jibriel verscheen toen bij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Hij heeft hem de keuze voorgelegd dat Allah, de Verhevene, aan hen de wonderen liet zien waar zij om vroegen. Maar wie daarna nog ongelovig zou blijven, stond een zeer pijnlijke bestraffing te wachten dat geen ander schepsel had gekregen, of dat Allah, de Verhevene, de mogelijkheid openliet tot vergiffenis en genade, maar geen van de wonderen zou verrichten. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam koos voor het laatste alternatief: ,,De poort van vergiffenis en genade."

Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam deze keuze had gemaakt, heeft Allah het antwoord voor de verzoeken van de afgoden-dienaars neergezonden. Hij zei:

"Zeg (O Mohammed): ,,Heilig is mijn Heer, ik ben niets anders dan een menselijke Boodschapper"." (Surah 17: Ayah 93).

Hetgeen betekent: ,,Zeg dat ik niet in staat ben zelf deze wonderen te verrichten want dat behoort toe aan Allah, de Verhevene, en Hij heeft geen metgezellen daarin (d.i. het vermogen om wonderen te verrichten).

Ik ben maar een mens zoals alle mensen en kan dus geen wonderenverrichten, net zomin als andere mensen dat kunnen. Het enige wat mij bijzonder maakt is het feit dat ik een boodschapper ben en dat ik openbaringen krijg neergezonden. Jullie zijn geen boodschappers en krijgen geen openbaringen. Ik ben niet degene die wonderen kan verrichten, maar Allah, de Verhevene, kan mijn woorden eventueel bevestigen door ze te laten verschijnen als Hij dat zou willen maar Hij kan dat ook nalaten en dat is alleen maar in jullie voordeel."

Allah, de Verhevene, heeft deze betekenis benadrukt in soerat Alan'am:

"Zeg: ,,Voorzeker, alle Tekenen zijn bij Allah. En wat zal jullie doen weten, dat als er eenmaal (een Teken tot hen) kwam, zij niet zouden geloven"." (Surah 6: Ayah 109).

De profeten en gezanten zijn niet degenen die deze wonderen verrichten maar Allah, de Verhevene, is degene die ze laat verschijnen. Als Allah, de Verhevene, door middel van deze gezanten wonderen laat plaatsvinden, dan is het om hen te vereren en steun te betuigen zodat hun gezantschap bevestigd wordt.

Allah, de Verhevene, heeft duidelijk laten weten dat de afgodendienaars ook in het geval dat zij deze wonderen zouden zien, zij toch nog ongelovig zouden blijven, ondanks het feit dat zij dure eden hadden gezworen om in dat geval w?l te gaan geloven. Allah, de Verhevene, heeft in dit verband gezegd:

"En al zouden wij Engelen tot hen neergezonden hebben en zouden de doden tot hen gesproken hebben en zouden Wij alle zaken (die Mohammad's Profeetschap bewijzen) voor hen verzameld hebben, dan nog zouden zij niet geloven, tenzij Allah het wilde, maar de meesten van hen zijn onwetend." (Surah 6: Ayah 111).

Allah, de Verhevene, heeft ook gezegd:

"En als er een oplezing (een geopenbaard boek) zou zijn, waardoor de bergen verplaatst worden of de aarde gespleten werd of de doden zouden kunnen spreken (dan zou dat deze Koran zijn). Maar bij Allah berusten alle zaken. Weten degenen die geloven niet, dat als Allah het zou willen, Hij zeker alle mensen geleid zou hebben?" (Surah 13: Ayah 31).

Allah, de Verhevene, verwees in deze verzen naar Zijn handelwijze; zodra de mensen een teken of een wonder vragen en niet geloven als dat plaatsvindt, dan wordt hun bestraffing niet langer uitgesteld. De handelwijze van Allah, de Verhevene, verandert niet. Hij wist dat pas later de meeste mensen van Quraish gelovig zouden worden, vandaar ook dat Hij, de Verhevene, de tekenen waarnaar zij hebben gevraagd niet aan hen liet verschijnen.

De verscheuring van de maan
Toen de mensen van Quraish de wonderen waarnaar zij vroegen niet kregen te zien, dachten zij dat de beste manier om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam uit te dagen en hem te bedwingen zou zijn om hem voortdurend om wonderen te blijven vragen. Op deze manier zouden zij de gewone mensen ervan overtuigen dat hij een leugenaar en geen gezant was. Zij gingen nog een stap verder en besloten hem om een wonder te vragen zonder dat zij om iets specifieks vroegen. Zodoende hoopten ze zijn onmacht aan de mensen te laten zien zodat ze niet in hem zouden geloven. De afgoden-dienaars van Quraish kwamen naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en zeiden: ,,Heb je een teken waardoor wij kunnen zien dat je een gezant bent."

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vroeg zijn Heer om hen een teken te laten zien, waarna Allah, de Verhevene, de maan verscheurd in twee delen liet zien; het ene deel boven de ene kant van de berg Abu-Qubais en het andere deel boven de andere kant. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei toen: ,,Jullie zijn hiervan getuigen." De mensen van Quraish hebben dit teken duidelijk en gedurende een lange tijd kunnen zien. Zij waren verbijsterd maar zijn ongelovig gebleven en zeiden: ,,Dit is magie van de zoon van Abu Kabshah, Mohammed heeft ons betoverd". Iemand van de aanwezigen zei:,,Als hij jullie met zijn magie heeft kunnen be?nvloeden, dan lukt het hem niet om alle mensen te be?nvloeden. Wij wachten tot de eerste reizigers arriveren". Bij de aankomst van de reizigers vroegen zij aan hen wat zij zagen. Hoewel zij de gebeurtenis bevestigden, waren de mensen van Quraish vastbesloten ongelovig te blijven en hun eigen verlangens te volgen.

Het leek alsof de verscheuring van de maan een voorbereiding was voor een veel belangrijker gebeurtenis; "al'isra'e" en "almi'raadj". Als men ooggetuige was geweest van de verscheuring van de maan, dan werd het namelijk ook voor het verstand aannemelijker om "al'isra'e" en "almi'raadj" te accepteren.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.21 De nachtelijke toch en hemelvaart

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:21 pm

3.21 De nachtelijke toch en hemelvaart

"Al'isra'e" is het nachtelijk vertrek van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam van Mekka naar de Alaqsa-moskee in Jeruzalem] en "almi'raadj" is het stijgen naar de bovenaardse wereld (d.i. de hemel). Dit heeft zowel lichamelijk als ook geestelijk echt plaatsgevonden.

"Al'isra'e" staat in de Koran genoemd. Allah, de Verhevene, heeft gezegd:

"Heilig is Degene die 's nachts Zijn dienaar (Mohammed) van de Masdjid al Haram (de Gewijde Moskee te Mekkah) naar de Masdjid al Aqsah heeft gebracht, waarvan Wij de omgeving hebben gezegend, opdat Wij hem van Onze Tekenen lieten zien. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alziende." (Surah 6: Ayah 1).

"Almi'raadj" zou in soerat An-nadjm genoemd zijn, in de verzen zeven tot achttien. Een andere stelling is dat in de desbetreffende verzen uit de Koran iets anders bedoeld wordt. Toen dit plaats heeft gevonden ontstonden er verschillende meningen. Er is overgeleverd dat deze gebeurtenis plaats heeft gevonden in hetzelfde jaar dat de profeet gezonden werd; volgens andere overleveringen was het in het jaar vijf na het gezantschap; ook wordt genoemd de 27ste van de maand Radjab in het jaar tien na het gezantschap of anders 17 Ramadan in het jaar 12 na het gezantschap. Volgens een nog andere overlevering vond het plaats op 17 Raibi'e I van het jaar 13 na het gezantschap.

Volgens de meest betrouwbare overleveringen is het verhaal samengevat als volgt: De engel Jibriel, vrede zij met hem, bracht de "buraaq" (een dier groter dan een ezel en kleiner dan een muilezel). De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam besteeg de "buraaq" vanuit de gewijde moskee in Mekka tot de Aqsa-moskee vergezeld door Jibriel. Hij knoopte het vast op de plek waar alle profeten dat deden en liep de moskee binnen en verrichte een gebed bestaande uit twee "rak'ah" waarbij hij de andere profeten voorging tijdens het gebed (als imam).

Jibriel heeft hem twee kommen aangeboden met in de ene drank en in de andere melk waarbij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam voor de kom met melk koos. Jibriel zei: ,,U maakte een keus die is aangeboren. U bent naar het rechte pad geleid en heeft uw volk daar naar toe geleid. Als u voor de kom met drank had gekozen dan had u uw volk naar het verkeerde pad geleid."

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam steeg daarna vanuit de aqsa-moskee naar de wereldlijke hemel. Jibriel vroeg om toestemming voor hem waarna hij door mocht. Daar heeft de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam Adam, vader van de mensheid, ontmoet en heeft hem begroet. Adam groette hem terug, verwelkomde hem en erkende zijn gezantschap. Aan de rechterkant van Adam bevond zich een mistige wolk. Elke keer als hij ernaar keek begon hij te lachen, het waren de zielen van degenen die de voorspoed reeds hadden bereikt maar als hij naar zijn linkerkant keek huilde hij want daar bevonden zich de zielen van degenen die alleen tegenspoed vonden.

Daarna steeg de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naar de tweede hemel waar Jibriel weer toestemming voor hem vroeg en die opnieuw kreeg. Daar ontmoette hij Yahiah, de zoon van Zakariah en Iesa, de zoon van Maryam, vrede zij met hen. Hij begroette hen waarna zij hem hebben geantwoord, verwelkomd en zijn gezantschap erkend. Daarna steeg de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naar de derde hemel. Daar ontmoette hij Yoesoef, vrede zij met hem. Hij was een beeldschone jongeman. De profeet en hij begroetten elkaar waarna hij de profeet verwelkomde en zijn gezantschap erkende. Vervolgens steeg de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naar de vierde hemel waar hij Idries ontmoette, vrede zij met hem. De profeet begroette ook hem waarna deze teruggroette, de profeet verwelkomde en zijn gezantschap erkende.

In de vijfde hemel ontmoette hij Haroen Ibn Imraan, vrede zij met hem, en in de zesde hemel ontmoette hij Moesa Ibn Imraan, vrede zij met hem.

Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam Moesa passeerde heeft hij gehuild. Er werd aan hem gevraagd: ,,Waarom huil je?" Hij antwoordde: ,,Ik huil om een jongeman die later dan mij is gezonden, waardoor meermensen van zijn volk het paradijs binnenkomen dan er van mijn volk binnen komen".

Hierna steeg de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naar de zevende hemel waar hij Ibrahim, vrede zij met hem, ontmoette en hem begroette. Ibrahiem, vrede zij met hem, leunde met zijn rug tegen de "albayt alma'moer", een huis dat dagelijks door zeventig duizend engelen wordt bezocht die daarvan nooit meer terugkeren.

Na zijn bezoek aan de hemelen is de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gestegen naar "sidratil-muntaha" d.w.z. "de lotusboom van de eindbestemming"; een boom waarvan de bladeren op de oren van olifanten lijken en de vruchten op kannen. Deze boom werd plotseling bedekt met een gouden laag. Allah, de Verhevene, verhulde de boom zodat geen mens meer de schoonheid ervan zou kunnen beschrijven.

Hierna is de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gestegen naar Allah, de Verhevene en kwam dichtbij Hem. Op een gegeven moment stond hij op twee booglengten afstand of nog dichterbij. Allah gaf zijn dienaar de volgende openbaring; hierin werd de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en zijn volk het gebod opgelegd om vijftig gebeden per dag en nacht uit te voeren.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam keerde daarop terug en kwam onderweg langs Moesa, die hem vroeg: ,,Wat heeft jouw Heer opgedragen?". Hij antwoordde: ,,Vijftig gebeden". Moesa zei: ,,Je volk kan dit niet aan, ga terug naar je Heer en vraag Hem om vermindering.

De profeet draaide om naar Jibriel en kreeg van hem een teken dat hij het wel kon doen als hij het wilde. Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam was teruggekeerd, kreeg hij een vermindering van tien gebeden waarna hij weer langs Moesa kwam die hem adviseerde om nogmaals om vermindering te vragen.

Zodoende bleef hij heen en weer gaan tussen Allah, de Verhevene, en Moesa totdat het aantal slechts vijf gebeden was geworden. Daarna verwees Moesa hem weer om vermindering te vragen en Moesa, vrede zij met hem, voegde eraan: ,,Bij Allah, ik heb de mensen van Isra?l minder dan dit gevraagd, toch zijn zij verzwakt en hebben het nagelaten". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,Ik durf uit verlegenheid mijn Heer het niet nog een keer te vragen. Ik geef hieraan toe en ik ben zo tevreden". Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam op een verre afstand was werd er geroepen: ,,Ik heb mijn verplichting opgelegd en heb haar verlicht voor mijn dienaren. Het is vijf maar in feite vijftig. Mijn uitspraak is niet aan verdere veranderingen onderhevig".
De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam keerde na deze nacht terug naar het gewijde Mekka, alwaar hij de volgende ochtend zijn verhaal aan de mensen van Quraish deed. Hij stelde hen op de hoogte van wat Allah, de Verhevene, hem had laten zien van Zijn wonderlijke tekenen. Zij scholden hem voor leugenaar uit en begonnen hem weer lastig te vallen. Sommigen begonnen met spot in hun handen te klappen. Anderen zetten hun armen boven hun hoofd. Iemand vertrok naar Abu Bakr en vertelde hem het verhaal van de profeet. Abu Bakr zei: ,,Als hij dat heeft verteld, dan heeft hij ook de waarheid verteld". De mensen vroegen toen: ,,Geloof jij hem hierin?". Hij antwoordde: ,,Ik geloof hem in meer dan alleen dit. Ik geloof hem in alle berichten die van de hemel heen en weer gaan". Vandaar dat hij "as-siddieq" d.w.z. "de vertrouweling" werd genoemd.

De ongelovigen wilden de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam toetsen en vroegen hem de Alaqsa-moskee te beschrijven. Hij had deze moskee immers niet eerder gezien. Allah, de Verhevene, maakte de moskee voor hem zichtbaar,waarna hij alle hoeken en deuren van de moskee aan hen kon beschrijven. Zij konden hem niet tegenspreken en zeiden: ,,Hij heeft een juiste omschrijving gegeven".

Zij vroegen hem naar een karavaan van hen die vanuit het shaam gebied onderweg was. Hij informeerde hen over het aantal kamelen en de omstandigheden waarin deze karavaan zich bevond. Ook wist hij te vertellen wanneer deze zou aankomen en welke kameel voor de karavaan zou lopen. Het vond allemaal precies plaats zoals hij had gezegd. Zij hielden echter vast aan hun ongelovigheid.

De volgende ochtend na de isra'e-nacht kwam Jibriel en leerde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam de wijze waarop de vijf gebeden verricht werden en de tijdstippen ervoor. Daarvoor was het gebed altijd twee "rak'ah" geweest, tweemaal in de ochtend en tweemaal 's avonds.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.22 De emigratie van moslims naar Medina

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:21 pm

3.22 De emigratie van moslims naar Medina

De meeste moslims begonnen te emmigreren naar Medina zoals sommige metgezellen van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam dat al eerder hadden gedaan. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zag in zijn droom het land waar de moslims naartoe zouden emmigreren en vertelde hen dat: ,,Ik heb in mijn droom gezien dat ik vanuit Mekka trek naar een gebied dat rijk is aan palmbomen. Ik dacht dat het Alyamamah of Hadjr was maar het schijnt Yathrib (Medina) te zijn". Volgens een andere overlevering heeft hij gezegd: ,,Ik heb in mijn droom jullie migratieland te zien gekregen, het ligt op een vruchtbaar stuk land, het zal of Hadjr of Yathrib zijn".

Abu Salamah Almakhzoemi, de man van Oum Salamah, was de eerste die immigreerde. Hij vertrok samen met zijn vrouw en zoon. Mensen uit de stam van zijn vrouw hebben haar verboden met hem te vertrekken, mensen uit de stam van haar man hebben het kind bij haar weggenomen. Toen is Abu Salamah alleen vertrokken naar Medina. Dit vond plaats ongeveer een jaar voor de tweede eed van trouw bij Al'aqabah. Daarna is zijn vrouw ook ge?mmigreerd.

Na Abu Salamah is A'amir Ibn Rabi'ah met zijn vrouw Laila ge?mmigreerd. Zij was de dochter van Abu Hathmah. Ook immigreerde Abdullah Ibn Oum Kalthoem. Na de eed van trouw immigreerden talloze moslims in het geheim uit angst voor de mensen van Quraish. Omar Ibnulkhattab heeft dit echter bekend gemaakt. Hij daagde de mensen van Quraish uit maar niemand van hen durfde hem nog in de weg te staan. Zo arriveerde hij in Medina samen met twintig andere metgezellen van de profeet.

Vrijwel alle moslims zijn ge?mmigreerd naar Medina. Ook zijn de migranten die zich in Alhabasha bevonden naar Medina teruggekeerd. Er zijn maar weinigen in Mekka gebleven. De uitzonderingen zijn Abu Bakr, Ali, Suhaib, Zaid Ibn Harithah en een groep zwakke mensen die niet konden emmigreren.

Abu Bakr had zich al gereed gemaakt om ook te vertrekken maar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vroeg hem nog te wachten want hij verwachtte toestemming van Allah, de Verhevene, te krijgen om ook te vertrekken. ,,Verwacht u dat echt?" vroeg Abu Bakr. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam antwoordde bevestigend. Abu Bakr stelde dus zijn plan uit, om zodoende op een later tijdstip samen met de profeet te kunnen vertrekken. Hij voedde twee trekdieren goed om ze voor te bereiden op de reis.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.23 Het complot tegen de Profeet (Vrede zij met hem)

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:22 pm

3.23 Het complot tegen de Profeet (Vrede zij met hem)

De mensen van Quraish reageerden woedend op de migratie van de moslims omdat zij in de gaten hadden dat zij een asielplaats hadden gevonden, waar zij beschermd en behoed werden. Zij zagen ook dat de bijeenkomsten van de moslims in Medina een direct gevaar vormden voor hun religie, handel en hun bestaan. Zij kwamen bijeen in het raadhuis "daar an-nadwah" op donderdagochtend 26 Safar van het jaar 14 na het gezantschap, om een plan te maken om dit gevaar te laten verdwijnen; vooral omdat de verkondiger van deze religie zich nog steeds in Mekka bevond en hij op elk moment de stad kon verlaten. Bekende gezichten onder de vooraanstaanden van Quraish waren aanwezig tijdens deze bijeenkomst. Ook heeft Iblies (de satan) deze bijeenkomst bijgewoond in de gedaante van een respectabele oude man uit Nadjd nadat hij hun toestemming daarvoor had gevraagd. De aanwezigen bespraken de situatie. Abu Al'aswad stelde voor om hem het land uit te zetten en zich verder niet druk te maken waar hij naar toe zou gaan.

De oude man uit Nadjd zei: ,,Jullie weten dat hij een goede spreker is, zich van een aantrekkelijke argumentatie bedient waarmee hij mannen in de val lokt. Als hij zou vertrekken dan is het denkbaar dat hij in een andere Arabische streek mensen om zich heen verzamelt en samen met hen jullie in je eigen land binnenvalt en jullie als zijn onderdanen probeert te krijgen. Ik zou zeggen bedenk maar een beter plan". Abul-boehturi reageerde: ,,Wij sluiten hem op totdat hij de dood vindt, zoals de dichters voor hem".

De oude man uit Nadjd zei: ,,Als jullie hem opsluiten zullen zijn kameraden erachter komen. Zij stellen hem boven hun eigen vaders en eigen zonen. Zij zullen jullie aanvallen en samen met hem zullen zij jullie waarschijnlijk een nederlaag bezorgen. Bedenk maar een ander plan."

De tiran Abu Djahl heeft toen gezegd: ,,Ik heb een idee dat jullie nog niet hebben genoemd. Wij nemen vanuit elke stam een vooraanstaande, sterke jongeman en geven vervolgens ieder van hen een zwaard. Zij gaan naar hem op zoek en slaan met hun zwaarden tegelijk toe. Zo vermoorden ze hem. Op deze manier is zijn bloed gelijk verspreid over alle stammen. De mensen van Beni Abd-Munaf zouden onmogelijk een oorlog kunnen voeren tegen alle stammen van Quraish en zullen daarom genoegen nemen met een schadeloosstelling".

De oude man uit Nadjd zei hierop: ,,Wat die man net zei was een goed doordacht plan. Dat is de mening die wij allen erover zouden moeten innemen". De aanwezigen stemden daarmee in en gingen uit elkaar om zich voor te bereiden op de uitvoering van het plan.

De beramingen van Quraish en die van Allah, de Verhevene
De bovengenoemde bijeenkomst vond plaats in het geheim. Het dagelijkse leven ging gewoon door en men moest niets kunnen merken van iets dat ook maar op een eventueel complot zou wijzen. Niemand mocht het idee krijgen dat er iets niet klopte en dat er iets gevaarlijks stond te gebeuren. De mensen van Quraish hielden hiermee rekening maar zij namen het dit keer op tegen Allah, de Verhevene. Hij was het die hun plannen tot mislukking heeft gebracht, zonder dat zij het wisten. De engel Jibriel daalde neer bij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en bracht hem op de hoogte van hun plannen. Hij gaf hem ook toestemming te immigreren en bepaalde het tijdstip van vertrek. Ook legde hij hem alles uit over het tegenplan en zei: "Slaap vannacht niet in je eigen bed waar je gebruikelijk slaapt".

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vertrok in de namiddag, zodra de mensen hun dutje namen. Hij ging naar de woning van Abu Bakr, moge Allah met hem tevreden zijn, om zich voor te bereiden. Zij maakten de twee dieren klaar voor het vertrek en huurden Abdullah Ibn Uraiqit Al-laythi in als gids onderweg; Abdullah was een aanhanger van de religie van Quraish. Zij spraken met hem af bij de berg Thawr na drie nachten. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam liet verder niks merken en ging gewoon door met zijn dagelijkse leven zodat de mensen van Quraish niet in de gaten kregen dat hij zijn vertrek aan het voorbereiden was.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam had als gewoonte na het avondgebed te slapen en na middernacht weer op te staan om naar de gewijde moskee te gaan om het tahadjud-gebed te verrichten. Hij liet die avond Ali in zijn bed slapen en vertelde hem dat hij niets had te vrezen. Toen de mensen lagen te slapen, omsingelden de mannen (die het complot zouden uitvoeren) de woning van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Zij zagen Ali in het bed van de profeet bedekt met een deken en dachten dat het Mohammed Sallalahu 'alaihi wasalam was. Buiten stonden ze te wachten om hem aan te vallen zodra hij tevoorschijn zou komen. Allah, de Verhevene, zegt in antwoord hierop:

"En (gedenk) toen degenen die ongelovig waren, een list tegen jou beraamden om jou vast te binden of jou te doden of jou te verdrijven. En zij beraamden een list en Allah maakte een plan. En Allah is de Beste der Beramers" (Surah 8: Ayah 30).
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.24.1 De emigratie van de Profeet (Vrede zij met hem) naar Medina

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:22 pm

3.24.1 De emigratie van de Profeet (Vrede zij met hem) naar Medina

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verliet zijn woning terwijl de mannen het omsingelden. Hij pakte wat aarde van de grond en gooide het naar hun hoofden terwijl hij het volgende uit de Koran zei:

"En Wij hebben voor hen een hindernis geplaatst en achter hen een hindernis en Wij hebben hun ogen bedekt zodat zij niet kunnen zien"

Allah, de Verhevene, had hun gezichtsvermogen afgenomen waarna zij niets hadden gemerkt toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam het huis verliet. Hij ging richting het huis van Abu Bakr en daarna vertrokken zij naar een grot dat zich in de berg Thawr bevindt op een afstand van ongeveer vijf mijlen richting Jemen.

Drie nachten in de grot
Abu Bakr ging als eerste de grot in om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te beschermen. Als er zich iets in de grot zou bevinden dan trof het hem en niet de profeet. Hij inspecteerde de grot en vond gaten in de muren die hij met stukjes stof van zijn kleding dichtmaakte; zo bleven er maar twee gaatjes over, die hij met zijn voeten dichtmaakte. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam liep daarna naar binnen en sliep met zijn hoofd op de schoot van Abu Bakr. Hij werd gebeten in zijn voet maar bewoog niet om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam niet wakker te maken. De tranen van Abu Bakr kwamen op het gezicht van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam waardoor hij wakker werd en vroeg wat er aan de hand was. Hij vertelde hem dat hij gebeten was. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam spoog op de plek waarna de pijn verdween. Zij verbleven drie dagen in de grot. Abdullah, de zoon van Abu Bakr, sliep ook bij hen. Hij was een inteligente jongeman en vertrok vroeg naar Mekka alsof hij daar ook de nacht had doorgebracht. Hij beluisterde ook de plannen en complotten van Quraish en vertelde die 's nachts aan hen door.

A'amir Ibn Fahirah, de slaaf van Abu Bakr, was een schapenherder. Hij ging met zijn schapen aan het begin van de avond naar de profeet en Abu Bakr zodat zij van de melk konden drinken. Op zijn terugkeer volgde hij met zijn schapen de sporen van Abdullah zodat die onvindbaar werden.

De mannen van Quraish stonden nog steeds op de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te wachten toen het ochtend werd. 's Ochtends stond Ali op die op het bed van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam had geslapen. Zij grepen hem vast en vroegen hem naar de profeet. Ali vertelde de mannen dat hij niet wist waar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam was waarna zij hem sloegen en naar de Ka'bah brachten. Daar hebben zij hem een uur lang opgesloten zonder iets te hebben gezegd. Daarna zijn ze naar de woning van Abu Bakr gegaan en vroegen aan zijn dochter Asma'e naar hem. Zij vertelde hen dat ze niets wist, waarna Abu Djahl haar een klap gaf waarbij haar oorbel uitviel. Daarna zijn zij overal met een zoektocht begonnen en kondigden een beloning van honderd kamelen aan voor een-ieder die hem levend of dood zou terugbrengen. Zij hebben in hun zoektocht de ingang van de grot ontdekt zodat als iemand van hen met zijn hoofd naar beneden had gekeken, ze de voeten hadden kunnen zien van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Het verdriet van Abu Bakr werd erg groot maar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam stelde hem gerust en zei: ,,Abu Bakr, wat dacht je van twee mensen die Allah steunt. Wees niet droevig, Allah is met ons".

Onderweg naar Medina
Op de nacht van maandag op dinsdag aan het begin van de maand Rabi'e I in het jaar 1"hijri" d.w.z. "de migratie jaartelling", kwam de gids Abdullah Ibn Uraiqit zoals afgesproken en bracht de twee dieren mee naar de berg Thawr. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en Abu Bakr ver-trokken vergezeld van A'amir Ibn Fahirah. De gids nam hen een heel eind op weg naar het zuiden, richting Jemen. Daarna richting het westen, d.w.z. richting de kust van de rode zee, vervolgens gingen zij weer richting het noorden langs de kust. Zo namen ze een weg die vrijwel onbekend was bij de mensen. Zij hebben de hele nacht en de daaropvolgende dag hun reis voortgezet. Toen het rustig werd aan het begin van de middag, hebben zij een pauze genomen waarbij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam rust nam onder de schaduw van een grote steen. Abu Bakr verkende de omgeving en zag een herder waaraan hij melk vroeg. Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam wakker werd, kreeg hij te drinken waarna zij weer verder trokken.

De volgende dag zijn ze langs de tenten van Oum Ma'bad gekomen in Qadid dat op 130 kilometer afstand van Mekka ligt. Zij hebben haar naar voedsel gevraagd waarna zij haar excuses aanbood en hen vertelde dat de schapen niets te eten hadden. Vlakbij de tent was er een lam dat van vermoeidheid niet met de rest van de kudde mee kon op zoek naar voedsel, ook deze kon geen druppel melk geven. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vroeg om toestemming haar te melken waarna hij een groot vat vol molk dat de mensen maar met moeite konden dragen. Zij dronken er allemaal van en gaven Oum Ma'bad ook te drinken en konden het vat weer vol melken, waarna zij vertrokken zijn. De man van Oum Ma'bad kwam later thuis en reageerde verbaasd toen hij de melk zag. Zij vertelde hem het verhaal en omschreef uitvoerig de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Abu Ba'bad zei: ,,Hij is de man van Quraish, ik wil hem graag vergezellen op zijn reis en zal het zeker doen als het kan".

Op de derde dag hoorden de bewoners van Mekka een stem vanuit het zuiden tot aan het noorden en volgden hem maar zij konden niemand zien. Hij zei in een gedicht: "Moge Allah, de Heer der mensen, de twee kameraden belonen.

Zij bezochten Oum Ma'bad in haar tenten, belandden daar ter land en vertrokken ter land. Wie een kameraad van Mohammed is geworden, heeft alle voorspoed kunnen bereiken.
O mensen van Qusay, door hem heeft Allah jullie veel onheil onthouden en beschermt hij jullie tegen zaken die jullie anders niet tegen konden houden."

Nadat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en Abu Bakr de plaats Qadid voorbij waren, volgde hen Suraqah Ibn Malik Almadladji op een paard. Hij hoopte op de beloning die Quraish hadden beloofd. Toen hij hen naderde struikelde zijn paard en viel hij op de grond. Hij stond op en zwoer bij Al'azlaam (de goden van de mensen van Quraish). Hij verzocht aan hen of hij verder mocht gaan om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en Abu Bakr te benadelen. Hij was echter in zijn eigen denken al ongehoorzaam aan Al'azlaam, omdat zijn paard steeds struikelde en hij gewoon doorging. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam las uit de Koran en draaide zich niet om terwijl Abu Bakr dat vaker deed.

Op dat moment zakten de voorpoten van zijn paard in de grond tot aan de knie?n en viel hij op de grond. Hij probeerde het nog eens en zwoer bij Al'azlaam en er kwam op een gegeven moment een enorme wolk waarvoor hij bang werd en ervan overtuigd werd van het feit dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam de bescherming van Allah geniet. Toen kondigde hij aan dat hij geen kwaad wilde, waarna zij stopten. Suraqah vertelde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam over de plannen van Quraish en wilde hem voedsel en goederen geven maar de profeet weigerde dat aan te nemen. Suraqah vroeg hem deze gebeurtenis geheim te houden en schriftelijk vast te leggen dat hij veilig zou zijn. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gaf A'amir Ibn Fahirah de opdracht dit ook te doen. Op zijn terugreis vertelde Suraqah aan de mensen die hij tegenkwam en die op zoek waren naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam dat hij het hele gebied had uitgekamd en dat zij terug konden gaan.

Onderweg ontmoette de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam Buraidah Ibn Alhusaib Alaslami, moge Allah met hem tevreden zijn. Deze was samen met zeventig anderen die allen moslim waren geworden. Ze hebben het avondgebed samen met de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verricht.

Bij de vallei Batn Rim ontmoetten zij Az-zubair Ibn Al'awam in een groep moslims die vanuit het Shaam-gebied kwamen. Az-zubair gaf ze witte kleding om te dragen.

De aankomst in Qubaa'e
Op maandag 8 Rabi'e I van het jaar 14 na het gezantschap en dus het eerste jaar van de migratie, kwam de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam aan bij Qubaa'.

Toen de bewoners van Medina het bericht van het vertrek van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hadden gehoord zijn ze elke dag aan de rand van de stad gaan wachten maar gingen terug als het erg heet werd. Op een dag na hun terugkeer naar hun woningen kwam een joodse man een kasteel uit en zag de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en zijn metgezellen aankomen met witte kleren aan. Deze man riep luid: "O Arabieren, daar komt jullie fortuin aan waar jullie lang op hebben gewacht". De moslims grepen naar hun wapens en uitten van vreugde de "takbier". Zij verlieten hun woningen om hem te verwelkomen bij Dhahr Alhurrah. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ging richting Beni Amr Ibn Awf in Quba'e waarbij de mensen hem volgden.

Toen hij in Qubaa' aankwam ging hij stil zitten. De moslim-bewoners van Medina al'****** die nog niet eerder de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hadden gezien begonnen Abu Bakr te begroeten, zij dachten dat hij de profeet was omdat hij grijs haar had. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam kreeg last van de hete zon waarna Abu Bakr hem schaduwde met zijn kleed. Toen wisten de mensen dat hij de profeet moest zijn.

....vervolg
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.24.2 De emigratie van de Profeet (Vrede zij met hem) naar Medina (vervolg)

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:23 pm

3.24.2 De emigratie van de Profeet (Vrede zij met hem) naar Medina (vervolg)

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verbleef in Qubaa' vier dagen bij Kalthoem Ibn Alhadm of bij Sa'd Ibn Khaithamah. In deze dagen stichtte hij de Qubaa'-moskee waar hij ook het gebed verrichtte. Op de vijfde dag, dat was op vrijdag, bevool Allah, de Verhevene, hem om te vertrekken. Hij zadelde zijn kameel samen met Abu Bakr en stuurde naar zijn ooms van zijn moeders kant Beni An-nadjaar. Zij kwamen gewapend naar hem toe. Daarna vertrok hij met hen richting Medina.

Toen hij het gebied van Beni Salem Ibn A'wf had genaderd, brak het tijdstip van het vrijdagmiddaggebed aan. Daar verrichtten zij het gebed in een groep van honderd man.

De aankomst in Medina
De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naderde Medina terwijl de bewoners massaal de straat op waren gegaan om hem te verwelkomen. De huizen trilden van loftuiting en verering voor hem. De vrouwen en kinderen zeiden in een gedicht:

"De volle maan verscheen boven ons, boven de op elkaar gestapelde groeten uit. Wij zijn verplicht dankbaarheid te tonen, zolang nog iemand Allah aanroept. O, u die naar ons toegezonden bent, Uw opdracht wordt gehoorzaamd."

Bij elke woning waar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam langskwam trokken de mensen van Al'ansar aan zijn kameel en vroegen hem om bij hen in te trekken en zij beloofden dat zij zouden instaan voor zijn bescherming. Hij zei tegen hen: ,,Laat de kameel zijn weg gaan, want het is hem opgedragen". De kameel knielde neer toen hij bij de plek van de moskee van de profeet was aangekomen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bleef zitten, waarna de kameel opstond en verder liep waarna hij weer terugkeerde naar dezelfde plek. De profeet stapte toen af en de mensen vroegen hem om bij hen in te trekken. Abu Ayoeb Al'ansari, moge Allah met hem tevreden zijn, nam zijn bagage naar zijn huis waarop de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,Men gaat waar zijn bagage naar toe gaat". As'ad Ibn Zurarah nam de kameel mee. De moslimbewoners van Medina "al'ansar" waren gastvrij jegens de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Elke avond kreeg hij meerdere schalen gevuld met eten van hen.

De migratie van Ali, de zoon van Abu Talib, naar Medina
Ali is na het vertrek van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam drie dagen in Mekka gebleven. Daarna vertrok ook hij, nadat hij onderpanden had teruggegeven die de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam nog van sommige bewoners van Mekka in zijn bezit had. Hij vertrok lopend en haalde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bij Qubaa' in. Hij trok daar in bij Kalthoem Ibn Alhadm.

De migratie van de familieleden van de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam "ahl albayt"
Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zich had gevestigd in Medina stuurde hij Zaid Ibn Harithah en Abu Rafi'e naar Mekka om zijn familie te halen. Zij brachten de dochters van de profeet Fatima en Oum Kalthoem mee en zijn vrouw Sawdah. Ook waren Oum Ayman en Ousama Ibn Zaid meegekomen. Samen met hen was Abdullah, de zoon van Abu Bakr met enkele andere kinderen van Abu Bakr; voorts Oum Roeman, Asma'e en A?cha, moge Allah met hen allen tevreden zijn. Dit gebeurde zes maanden na de migratie van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam .

De migratie van Suhaib
Suhaib immigreerde na de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . De afgodendienaars hielden hem tegen in Mekka bij zijn vertrek en lieten hem pas gaan toen hij zijn grote vermogen achterliet. Toen hij bij zijn aankomst in Medina zijn verhaal deed aan de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei de profeet: ,,Deze ruil heeft jou veel opgeleverd, Abu Yahia". Abu Yahia was een bijnaam van Suhaib.

De zwakke mensen
De afgodendienaars hielden de zwakke moslims die wilden immigreren tegen, zij mishandelden hen en stoorden hen in het beoefenen van hun religie. Onder deze mensen waren: Alwalid Ibn Alwalid, I'yash Ibn Rabi'ah en Hisham Ibn Al'as. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam riep Allah voor hen aan in zijn gebeden en verwenste degenen die hen tegenhielden. Dit is de oorsprong van het qunut-gebed geworden. Na zekere tijd heeft iemand onder de moslims moedig actie ondernomen en heeft hen uit de greep van de ongelovigen kunnen bevrijden waarna zij alsnog naar Medina konden immigreren.

Het klimaat van Medina
De migranten raakten in Medina bezorgd en bedroefd omdat zij hun land en huizen waar zij op waren gegroeid hadden verlaten. Zij dachten hier voortdurend aan en kregen heimwee. Het feit dat er veel ziektes in Medina waren maakte het alleen maar erger. Zij werden hiervan niet gespaard. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam riep toen zijn Heer, de Verhevene, aan en zei:

"O Allah, maak Medina geliefd bij ons zoals Mekka of nog geliefder, maak het in ieder geval gezonder. Schenk het Uw zegeningen en verplaats de koorts-ziekte naar Aldjuhfah".

Allah, de Verhevene, verhoorde zijn verzoek, waarna de moslims ongestoord konden verblijven en daadwerkelijk meer van Medina zijn gaan houden.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.25 De verichtingen van de Profeet (Vrede zij met hem) in Medina

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:23 pm

3.25 De verichtingen van de Profeet (Vrede zij met hem) in Medina

Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zich had gevestigd in Medina begon hij allerlei zaken te co?rdineren en te regelen; religieuze aangelegenheden maar ook zaken die betrekking hadden op het wereldlijke leven. Daarnaast ging hij gewoon door met de verkondiging van de Islam.

De moskee van de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam in Medina
De eerste stap die hij nam was het bouwen van een moskee. Hij kocht daarvoor de grond, die eigendom was van twee weeskinderen. Dit was de plek waar zijn kameel neerknielde bij zijn aankomst in Medina. De oppervlakte ervan was ongeveer honderd bij honderd thira'e (een thira'e is ongeveer 60 cm). Er bevonden zich in de grond graven van afgoden-dienaars en palmbomen die werden verwijderd. De grond werd plat gemaakt en de fundamenten van ongeveer drie thira'e werden gelegd. De muren waren van baksteen en aarde terwijl de steun-pilaren van de deur met gewone stenen werden gebouwd. Het plafond was van palmbladeren en de pilaren waren de stammen van de palmbomen. De grond werd bedekt met zand en kleine steentjes. De moskee kreeg drie ingangen en de "qiblah" d.w.z. "de richting waarnaar het gebed verricht wordt" was geplaatst naar het noorden richting de Aqsa-moskee.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam droeg zelf ook stenen tijdens de bouw samen met zijn metgezellen "almuhadjirin" en "al'ansar", respectievelijk de migranten en de bewoners van Medina. Zij motiveerden zichzelf tijdens de bouw door het uitspreken van talloze gedichten.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bouwde naast de moskee twee kamers en bedekte die met palmbladeren; de ene kamer was voor zijn vrouw Sawdah en de andere voor zijn vrouw A?cha, moge Allah met hen tevreden zijn. Hij huwde A?cha en trok bij haar in toen zij naar Medina kwam in de maand Chawal van het jaar 1 hijri.

De oproep tot het gebed "al'athaan"
De moslims begonnen hun vijf gebeden in een groep te verrichten en hadden moeite met het bepalen van de tijdstippen, sommigen kwamen te vroeg naar de moskee en anderen weer te laat. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en de moslims bespraken de wenselijkheid van een teken waarmee zij op de hoogte gesteld zouden worden van het tijdstip voor de verrichtingen van het gebed. Sommigen stelden voor om het vuur als teken daarvoor te gebruiken, anderen dachten aan het blazen in een hoorn of het rinkelen van een bel.

Omar, moge Allah met hem tevreden zijn, stelde voor om een man de straat op te sturen die dan zou roepen: "as-salaat djami'ah" d.w.z. "het gebed wordt zodadelijk in een groep verricht". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam stemde in met zijn mening. Later echter heeft Abdullah, de zoon van Zaid Ibn Abd-Rabbuh Al'ansari, over de "athaan" gedroomd en hij vertelde dat aan de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam waarna de profeet heeft gezegd: ,,Dit is waarlijk een oprechte droom". Hij gaf hem de opdracht de oproep tot het gebed aan Bilal te leren omdat die een mooiere stem had, waarna Bilal de oproep verrichtte. Omar Ibnulkhattaab hoorde Bilal de oproep doen waarna hij haastig kwam en vertelde dat hij dezelfde droom heeft gehad. Dit was een bevestiging van de droom van Zaid en hiermee werd de "athaan" het motto van de Islam.

De broederschap tussen Almuhadjirin en Al'ansar
Al'ansar waren openhartig en gastvrij jegens Almuhadjirin. Zij concurreerden zelfs met elkaar in het ontvangen van Almuhadjirin in hun woningen. Allah, de Verhevene, omschreef hen als volgt:

"En degenen die van hen in de stad (Medina) woonden en geloofden (de Ansar), zij houden van degenen die vanuit Mekka naar hen zijn uitgeweken, zij vinden in hun hart geen jaloezie op wat aan hen gegeven is. En zij geven aan (hen) voorrang boven zichzelf, ook al is er behoefte onder hen." (Surah 59: Ayah 9).

De profeet, Allah's zegen en vrede zij met hen, versterkte deze hartstocht door Al'ansar en Almuhadjirin tot broeders te verklaren. Een ieder onder Al'ansar werd een broeder voor zijn gast.

Het betrof een groep van negentig mannen waarvan de helft uit Al'ansar waren. Zij zijn tot broeders verklaard om elkaar te steunen en zij werden erfgenaam van elkaar, maar dat werd later voor nietig verklaard. De broederschap bleef echter wel in stand. Dit vond plaats in de woning van Anas Ibn Malik, moge Allah met hem tevreden zijn.

Wat hieruit voortkwam was dat Al'ansar bijvoorbeeld hun palmbomen aan de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hen, aanboden zodat hij die kon verdelen tussen hen en hun nieuwe broeders. Hij weigerde dat. Toen hebben zij voorgesteld om voor hun levensonderhoud te zorgen en de vruchten van die bomen samen te delen hetgeen de profeet accepteerde.

Sa'd Ibn Ar-rabi'e was een rijke man en stelde voor aan zijn broeder Abdurrahman Ibn A'wf om zijn vermogen met hem te delen. Ook had hij twee vrouwen en stelde aan Abdurrahman voor om een van hen te kiezen. Hij zou haar kunnen afstoten waarna Abdurrahman haar zou kunnen huwen. Abdurrahman zei tegen hem: ,,Moge Allah je geld en je gezin zegenen". Hij vroeg naar de markt en is naar de markt van Beni Qaynuqae' gegaan, waarna hij terugkeerde met een hand vol boter en andere levensmiddelen die hij met de handel kon verdienen. Een paar dagen later kon hij in het huwelijk treden met een vrouw van Al'ansar.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.26 Provocaties van de mensen van Quraish

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:24 pm

3.26 Provocaties van de mensen van Quraish

Valstrikken van Quraish
De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hield zich bezig met het regelen van allerlei zaken in Medina met de bedoeling samen met de rest van de moslims een veilig leven te kunnen beginnen en hun religie uit te oefenen, zonder tegenwerkingen of provocaties van anderen. Terwijl hij hiermee bezig was werd hij verrast door valstrikken van de kant van Quraish die zich als doel hadden gesteld om de moslims uit te roeien.

Zij schreven onder andere naar de afgodendienaars van Medina en zetten hen aan tot het voeren van oorlog tegen de moslims en om hen eruit te zetten. Zij bedreigden hen met de dood en verkrachting van hun vrouwen, als zij dat niet zouden doen. De afgodendienaars van Medina hadden het ook bijna gedaan, als de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hen niet had aangesproken en het hen sterk had afgeraden. Zij zagen toen van hun plannen af.

Ook is Sa'd Ibn Mu'ath, moge Allah met hem tevreden zijn, slecht behandeld toen hij naar Mekka ging om de "oemrah" te verrichten. Hij liep rondom de Ka'bah samen met Abu Safwan Oemayah Ibn Khalaf en zij kwamen Abu Djahl tegen. Toen hij Sa'd herkende, zei hij dreigend tegen hem: "Loop jij hier veilig rond de Ka'bah, terwijl jullie de bekorenen asiel hebben verleend? Bij Allah, als je niet samen met Abu Safwan was, dan was je niet veilig teruggekeerd naar je eigen familie". Dit was een duidelijke afwijzing van de moslims in de buurt van de gewijde moskee en een directe bedreiging met de dood als zij zich toch in het gebied van Quraish zouden begeven.

De mensen van Quraish hadden contacten met de joden in Medina. Zij waren zoals slangen in hun omgang, hetgeen ook in de Indjiel staat. Zij deden er namelijk alles aan om vijandigheid en haat op te wekken tussen de stammen Al'aws en Alkhazradj.

Zodoende bestond er zowel intern als extern gevaar voor de moslims. Het liep zelfs zover op dat de metgezellen van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gewapend gingen slapen. Zij beschermden ook de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam totdat het volgende uit de Koran werd geopenbaard:

"...en Allah zal jou tegen de mensen beschermen" (Surah 5: Ayah 67).

Toen vertelde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zijn metgezellen dat dit niet meer nodig was omdat hij de bescherming van Allah genoot.

Het voeren van een oorlog wordt geoorloofd
In deze gevaarlijke omstandigheden gaf Allah, de Verhevene, toestemming om oorlog te voeren tegen de mensen van Quraish. Deze toestemming is door de zich veranderende omstandigheden in een plicht veranderd. Niet alleen tegen Quraish maar ook tegen anderen.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.27.1 De strijd van Badr

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:29 pm

3.27.1 De strijd van Badr

Vele veldtochten zouden er plaats vinden. Hiervan zal ik slechts 2 beschrijven, namelijk de strijd van Badr en de slag van Oehoed. Te beginnen met de strijd van Badr. Dit was de eerste beslissende strijd tussen Quraish en de moslims. De aanleiding hiervoor was dat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam de karavaan in de gaten hield, die hem eerder was ontsnapt in Thil'ashirah. Hij zond twee mannen naar Alhawra' om het bericht van de karavaan over te brengen. Zij zagen daar de karavaan voorbij gaan en vertrokken onmiddellijk richting Medina.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam benoemde 313 tot 317 man voor deelname aan deze strijd. Minstens 82 waren er van almuhadjirin, 61 van al'aws en 170 van alkhazradj. Zij waren echter niet goed uitgerust voor de strijd en hadden alleen maar wat paarden en zeventig kamelen.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft een witte banier vast- gebonden en gaf hem aan Mus'ab Ibn U'mayr. Ali Ibn Abu Talib droeg de banier van almuhadjirin en Sa'd Ibn Mu'ath die van al'ansar. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam droeg de bestuurstaken van Medina over aan Ibn Oum Maktoem en stuurde later Abu Lubabah Ibn Abd-almunthir om hem te vervangen.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vertrok toen vanuit Medina richting Badr; een plaats die omringd is door hoge bergen op 155 kilometer afstand van Medina. Er waren maar drie wegen die naar deze plaats leiden; een aan het zuiden "al'adwah alquswah", een aan het noorden "al'adwah ad-dunyah" en een weg aan het oosten die de bewoners van Medina gebruikten. Deze oostelijke weg was ook de hoofdweg voor karvanen tussen Mekka en het Shaam-gebied. De karavanen stopten daar uren en soms dagen lang omdat er zich rustplaatsen, putten en palmbomen bevonden. Het was daarom voor de moslims gemakkelijk om het terrein af te sluiten zodra de karavaan zich daar binnen bevond en dan was de tegenpartij wel gedwongen zich over te geven. Om deze strategie te kunnen uitvoeren, mocht niemand ervan op de hoogte zijn dat er moslims richting Badr zouden vertrekken. Daarom nam de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam een ander weg naar Badr dan de gebruikelijke en ging steeds langzamer bij het benaderen van Badr. De karavaan van Quraish bestond uit duizend kamelen en een vermogen van minstens vijftigduizend dinar en stond onder leiding van Abu Sufyan die vergezeld was van maar veertig man. Abu Sufyan was een en al waakzaamheid, hij vroeg een ieder die hij tegenkwam over de bewegingen van de moslims. Toen hij Badr naderde kreeg hij te horen dat de moslims uit Medina waren vertrokken, waarna hij de karavaan heeft omgeleid naar het westen richting de kust. Hij huurde een man in die de afgodendienaars in Mekka zou inlichten over het vertrek van de moslims uit Medina. Toen zij de waarschuwing dan ook kregen hebben zij zich onmiddelijk goed voorbereid en hebben het grootschalig aangepakt, zodat niemand van hun vooraanstaanden achterbleef behalve Abu Lahab. Ook verzamelden zij de omringende stammen, van de stammen die tot Quraish behoorden bleef alleen Banu U'day achter.

Toen het leger van Quraish Aldjuhfah bereikte, hadden zij het bericht van Abu Sufyan al ontvangen waarin hij hen vertelde dat hij de karavaan had omgeleid en hen vroeg om terug te keren naar Mekka. De mensen van Quraish begonnen namelijk naar huis te verlangen, maar Abu Djahl weigerde dat uit arrogantie en dus gingen zij door. Een uitzondering was de stam Banu Zahrah waarvan driehonderd man aanwezig waren, zij keerden terug naar Mekka en volgden hiermee het advies van hun hoofd Alakhnas Ibn Shariq At-thaqafi. De overige duizend mannen liepen door tot "al'udwah alquswah" nabij Badr bij een terrein achter de bergen rondom Badr.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam wist van het vertrek van de mensen uit Mekka toen hij onderweg was. Hij vroeg de moslims om advies waarna Abu Bakr en Omar met elkaar spraken en zich positief opstelden ten opzichte van de confrontatie met de afgodendienaars. Daarna sprak Almiqdad: ,,O gezant van Allah, wij zullen niet hetzelfde zeggen wat de Isra?liers tegen Mousa (Mozes) hebben gezegd:

"Gaat u maar en uw Heer, en vecht met u tweeen, voorwaar, wij zullen hier blijven zitten"(Surah 5: Ayah 24).

....vervolg
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.27.2 De strijd van Badr (vervolg1)

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:33 pm

3.27.2 De strijd van Badr (vervolg1)

Integendeel, wij zullen vechten, aan uw rechter- en linkerhand, van voren en van achteren. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam was erg verheugd toen hij dit allemaal hoorde en vroeg de mensen nogmaals om advies waarna Sa'd Ibn Mu'ath, het hoofd van Al'ansar, het volgende zei: ,,O gezant van Allah, als u wenst met ons deze zee over te steken en u dat ook daadwerkelijk doet, dan zullen wij u volgen zonder dat een man van ons achter blijft en wij hebben het liever vandaag dan morgen dat u met ons de vijand te lijf gaat. Wij volharden tijdens de oorlog en maken ons beloftes waar tijdens het gevecht. Wij hopen dat Allah, de Verhevene, ons in de staat stelt u tevreden te maken". Sa'd zei verder ook: ,,Zelfs als u deze kamelen tot Bark Alghamad laat gaan, dan nog zullen wij u volgen". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam reageerde vrolijk en zei: ,,Ruk op en wees verheugd want Allah, de Verhevene, heeft mij ??n der partijen beloofd. Bij Allah, ik kan nu al de plekken zien waar zij te gronde zullen gaan".

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam rukte daarna verder op richting Badr, dat hij op dezelfde nacht nog bereikte. Ook de afgoden- dienaars kwamen daar op diezelfde nacht aan. De profeet stopte bij Al'adwah Ad-dunyah; de zuidelijke kant van Badr. Alhabab Ibn Almunthir adviseerde echter de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam om verder op te trekken tot bij het water, wat tevens de dichtst mogelijke positie bij de vijand was. Op deze manier zouden de moslims in staat zijn de vijand het water te ontnemen door putten te graven waar al het water zich in zou verzamelen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft dit ook zo gedaan.

De moslims bouwden een hut voor de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam waar vandaan hij de leiding gaf. Zij benoemden een aantal jongeren onder leiding van Sa'd Ibn Mu'ath om de profeet te beschermen.

Daarna heeft de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam het leger bij elkaar gebracht en liep hij rond over het strijdveld waarbij hij de plekken aanwees waar sommige afgodendienaars de volgende ochtend zouden omkomen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft de hele nacht door het gebed verricht en de moslims konden in alle rust en zelf-vertrouwen die nacht slapen.

Allah, de Verhevene, heeft die nacht regen laten vallen zoals Hij in de Koran zegt:

"(Gedenkt) toen Hij jullie met slaap bedekte, als middel ter beveiliging van Hem en Hij deed uit de hemel water op jullie neerdalen om jullie daarmee te reinigen en om de plaag van de Satan van jullie weg te nemen en om jullie harten te versterken en om jullie hielen te verstevigen" (Surah 8: Ayah 11).

De volgende ochtend, vrijdag 17 Ramadan van het jaar 2 hijri, ontmoetten de partijen elkaar. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam riep Allah aan:

"O Allah, de mensen van Quraish zijn aangekomen, met hun trots en hun paarderijders, dagen zij U uit en vinden dat Uw gezant onwaarheden verteld. O Allah, Uw zegen die U mij heeft belooft. O Allah, bezorg hen deze ochtend een nederlaag".

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft de rijen rechtgetrokken en gaf de mensen de opdracht om niet zelf met het gevecht te beginnen voordat zij van hem de opdracht daarvoor zouden krijgen. Hij zei: ,,Als zij jullie naderen, dan gooien jullie naar hen met pijlen en wees snel met het verwisselen van de pijlen en trek pas jullie zwaarden als zij jullie aanvallen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam keerde daarna samen met Abu Bakr terug naar zijn plaats waar hij Allah, de Verhevene, aanriep en smeekbeden verrichtte. Hij zei onder andere: ,,O Allah, als U deze groep laat vallen zal U nooit meer aanbeden worden. O Allah, als U het wilt zal U nooit meer aanbeden worden"." De profeet ging door met het verrichten van smeekbeden totdat zijn kleed van zijn schouders viel waarna Abu Bakr het teruglegde en tegen hem zei: ,,Gezant van Allah, zo is het genoeg. U heeft genoeg aangedrongen bij uw Heer".

Onder de afgodendienaars deed Abu Djahl de opening waarbij hij zei: ,,O Allah, hij (d.i. de profeet) heeft onze relaties met bloedverwanten verbroken en bracht ons wat wij nooit hebben gekend. Bezorgt U hem daarom een nederlaag. O Allah, geef Uw overwinning aan degene die U het meest lief heeft onder ons".

....vervolg.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.27.3 De strijd van Badr (vervolg2)

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:35 pm

3.27.3 De strijd van Badr (vervolg2)

Het gevecht
Daarna kwamen de beste drie strijders onder de afgodendienaars naar voren; U'tbah en Shaybah, de zonen van Rabi'ah, en Alwalid Ibn U'tbah. Zij daagden de moslims uit waarna drie jonge mannen van Al'ansar naar voren liepen. Zij vroegen om met bloedverwanten van hen te vechten (in dit geval: moslims die oorspronkelijk uit Mekka kwamen), daarna liepen U'baidah Ibn Alharith, Hamzah en Ali naar voren waarna Hamzah Shaybah heeft vermoord en Ali Alwalid vermoorde, terwijl U'baidah en U'tbah beiden zwaar gewond raakten. Daarop hebben Ali en Hamzah U'tbah vermoord en droegen U'baidah weg nadat zijn been afgehakt was. Hij overleed vier of vijf dagen later in As-safraa' onderweg naar Medina.

De afgodendienaars reageerden wild na deze gevechten en vielen de moslims zwaar aan en zij vochten hard. De moslims bleven in hun positie en vochten terug terwijl ze Allah gedachten.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam viel eventjes in slaap, werd daarna wakker en zei tegen Abu Bakr: ,,Wees verheugd. Allah's overwinning is nabij gekomen. Daar heb je de engel Jibriel boven zijn paard'. Allah, de Verhevene, had de moslims in deze strijd gesteund door middel van duizend engelen die ook deelnamen aan de strijd.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam liep het strijdveld op terwijl hij uit de Koran las:

"De groep zal verslagen worden en zij zullen vluchten".

Hij pakte een handvol aarde van de grond en gooide daarmee naar de afgodendienaars waarna een ieder onder hen daarvan wat in zijn ogen en in zijn neus kreeg. Allah, de Verhevene, verteld hierover:"?en het was niet jij (O Mohammed) die wierp toen jij wierp, maar het was Allah die wierp".

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gaf daarna de opdracht aan de moslims de afgodendienaars aan te vallen en zei: ,,Ruk op". Hij moedigde hen aan om te vechten waarna zij heel gemotiveerd de strijd verder voerden.
De aanwezigheid van de profeet en zijn deelname aan de strijd gaf hen meer zekerheid en motivatie. Zij vochten terug en dreven zo de afgodendienaars uit elkaar. Zij werden gesteund door de engelen die de hoofden van de afgodendienaars eraf sloegen. Zo werd het hoofd of de arm van iemand eraf gehakt zonder dat men kon zien wie het deed. De afgodendienaars verloren de strijd en begonnen te vluchten waarna de moslims hen achtervolgden. Een aantal van hen werd vermoord en anderen werden gevangen genomen. Iblies (de Satan) heeft ook de strijd bijgewoond in de hoedanigheid van Suraqah Ibn Malik Ibn Dja'sham, om de afgodendienaars bij te staan in hun strijd tegen de moslims. Toen hij echter zag wat de engelen allemaal deden ter ondersteuning van de moslims raakte hij moedeloos en vluchtte hij naar de rode zee waar hij zich inwierp.

De dood van Abu Djahl
Abu Djahl bevond zich middenin een groep die hem afgeschermd had met zwaarden en speren. Aan de kant van de moslims bevonden zich twee jonge mannen van Al'ansar die naast Abdurrahman Ibn A'wf vochten waarbij ??n van de twee jonge mannen Abdurrahman vroeg om hem Abu Djahl aan te wijzen. Hij zei tegen Abdurrahman: ,,Ik hoorde dat hij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam beledigde. Als ik hem zie dan verlaat ik hem pas als een van ons dood is". De andere jonge man zei ook hetzelfde.

Toen de strijd oplaaide zag Abdurrahman Abu Djahl en heeft hen hem aangewezen, waarna zij hem snel met hun zwaarden aanvielen totdat zij hem vermoordden. De een raakte hem in zijn been en de ander verwonde hem zwaar, zij lieten hem achter en zijn naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gegaan om het hem te vertellen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam keek naar hun zwaarden en zei: ,,Jullie beiden hebben hem vermoord". Deze twee jonge mannen waren Mu'ath en Ma'uth, de zonen van A'frae'. Ma'uth stierf als martelaar tijdens deze veldslag maar Mu'ath leefde tot de tijd van de kalief Othman. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gaf hem de nalatenschap van Abu Djahl. Na het verloop van het gevecht vertrok een aantal mensen op zoek naar Abu Djahl waarna Abdullah Ibn Mas'ud hem vond toen hij aan het sterven was.

Abdullah legde zijn voet op zijn hals en pakte hem bij zijn baard om zijn hoofd eraf te snijden en zei tegen hem: ,,O vijand van Allah, dit is je vernedering". Abu Djahl zei: ,,Hoezo mijn vernedering? Nu dat ik sterf, ben ik een makkelijk prooi voor jullie geworden. Was het maar een ander die mij zal vermoorden". Hij vroeg Abdullah vervolgens wie de strijd had gewonnen waarna Abdullah hem vertelde dat Allah en Zijn gezant de strijd hadden gewonnen. Abdullah Ibn Mas'ud sneed zijn hoofd eraf en bracht die bij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Hij zei toen: ,,Allah is groot, lof aan Allah die Zijn belofte waar heeft gemaakt, Zijn dienaar heeft gesteund en de vijand een nederlaag heeft bezorgd". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam omschreef Abu Djahl als 'De Farao van deze natie'.

De dag van de onderscheiding
Deze veldtocht was een strijd tussen het geloof en het ongeloof waarin de ene man tegen zijn oom en vader vocht en de andere tegen zijn zoon en broer. Omar Ibnulkhattab vermoordde zijn oom Al'as ibn Hisham terwijl Abu Bakr tegen zijn zoon Abdurrahman vocht. Ook namen de moslims Al'abbas, de oom van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam als krijgsgevangene.

Hierdoor werd de bloedverwantschap verbroken en heeft Allah, de Verhevene, het geloof boven het ongeloof gesteld en daarmee een onderscheid gemaakt tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid. Vandaar dat deze dag 'de dag van de onderscheiding' is genoemd; de dag van de Badr-strijd op de zevende van de maand Ramadan.

De doden aan beide kanten
Aan de moslim-zijde zijn veertien mannen gedood; zes van Almuhadjirin en acht van Al'ansar. Zij werden op het terrein van Badr begraven en hun begraafplaatsen zijn bekend tot op de dag van vandaag.

Aan de kant van de afgodendienaars vielen zeventig doden en zijn zeventig anderen als krijgsgevangenen genomen waarvan de meesten vooraanstaanden waren. Vierentwintig lijken werden in een put in de buurt van Badr gegooid, genaamd "alqalieb".

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verbleef daarna drie dagen in Badr. Bij zijn terugkeer kwam hij langs de put waarin de lijken waren gegooid en begon de vermoorde afgodendienaars bij hun namen te roepen waarbij hij zei: ,,Hadden jullie maar aan Allah en Zijn gezant gehoorzaamd. Wat onze Heer ons beloofde is waarlijk gebleken, hebben jullie dat soms ook?".

Omar zei tegen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam : ,,Gezant van Allah, spreekt u lichamen zonder zielen aan" waarna de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei: ,,Zij kunnen mij even goed horen als jullie, alleen kunnen zij niet antwoorden".

Het bericht van de strijd in Mekka en Medina
Het bericht van de nederlaag kwam aan in Mekka toen de gevluchte afgodendienaars daar aankwamen. Allah, de Verhevene, heeft hen vernederd en een nederlaag bezorgd. De afgodendienaars hebben zich verplicht niet te huilen of te jammeren over hun doden. Onder de doden aan de kant van de afgodendienaars waren drie zonen van Al'aswad Ibn Almutalib. Hij had de neiging om te jammeren en hoorde een vrouw die rouwde, waarna hij dacht dat er toestemming was om dat te doen. Hij stuurde zijn slaaf om dat na te trekken waarna deze hem berichtte dat zij jammerde om een verdwaalde kameel van haar. Hij kon zich niet inhouden en zei in een gedicht: "Zij jammert om haar vermiste kameel en doet 's nachts geen oog dicht. Zij hoort niet om Bakr te jammeren, maar om Badr waar men tekort heeft geschoten."

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam stuurde naar de bewoners van Medina twee mannen om het goede bericht aan te kondigen; Abdullah Ibn Rawahah naar het noordelijke deel van Medina enZaid Ibn Harithah naar het zuidelijke deel. De Joden hadden in Medina al allerlei leugens en propaganda verspreid, maar toen het bericht van overwinning kwam verheugden de mensen zich en was hun blijdschap groot. De loftuitingen en het gedenken van Allah waren overal te horen. De moslims gingen de straat op langs de weg van Badr om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te feliciteren.

......vervolg.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.27.4 De strijd van Badr (vervolg3)

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:36 pm

3.27.4 De strijd van Badr (vervolg3)

De aankomst van de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam in Medina
Na de overwinning en de zegening van Allah, de Verhevene, vertrok de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam richting Medina met de buit en de krijgsgevangenen. Toen hij de plaats Safra'e naderde, werd de verordening omtrent het delen van de buit geopenbaard waarna hij een vijfde deel ervan nam en de rest gelijkwaardig tussen de strijdkrachten verdeelde. Toen hij in Safra'e aankwam gaf hij de opdracht om An-nadr Ibn Alharith te doden waarna Ali Ibn Abu Talib hem heeft onthoofd.

Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam in I'rq At-thibyah arriveerde gaf hij weer opdracht om U'qbah ibn Abi Mu'it te doden waarna A'sim Ibn Thabit of Ali Ibn Abu Talib hem onthoofde.

De moslims die de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gingen feliciteren hebben hem buiten de stad bij Rawhae' welkom geheten en zijn meegelopen naar Medina. Hij kwam als overwinnaar binnen waardoor de vijand zelfs bang werd. Veel mensen hebben zich hierna tot de Islam bekeerd en de huichelaar Abdullah Ibn Ubay en zijn kameraden deden alsof zij moslim waren.

De krijgsgevangenen
Nadat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam de tijd en de nodige rust had genomen, won hij het advies van zijn metgezellen in, omtrent de krijgsgevangenen. Abu Bakr adviseerde hem schadeloosstelling voor hen te vragen terwijl Omar adviseerde om hen te doden. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam besloot het advies van Abu Bakr te volgen en uiteindelijk varieerde de schadeloosstelling van duizend tot vierduizend dirham. Wie onder de krijgsgevangenen kon schrijven en lezen leerde dit aan tien kinderen onder de moslims i.p.v. dat een schadeloosstelling voor hem betaald moest worden. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam liet ook sommigen vrij zonder dat zij een schadeloosstelling behoefden te betalen.

Onder de krijgsgevangenen zat ook Abul'as, de man van Zainab, de dochter van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam . Om haar man vrij te kopen stuurde zij haar geld en een ketting die zij van Khadija kreeg bij haar huwelijk. Toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam het zag kreeg hij mededogen met haar en vroeg zijn metgezellen om toestemming of hij Abul'as zonder het betalen van een schadeloosstelling in vrijheid zou stellen. Zij stemden hiermee in. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam legde hem wel op dat hij Zainab haar gang moest laten gaan zodat zij naarMedina kon immigreren. Hij hield zich ook aan deze afspraak.

Het overlijden van de dochter van de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam Ruqayah en het huwelijk van Othman met zijn andere dochter Oem Kalthoem

Ruqayah was erg ziek toen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam naar Badr vertrok. Zij was getrouwd met Othman Ibn A'ffan, moge Allah met hem tevreden zijn. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam droeg hem toen op om bij haar te blijven om haar te verzorgen zodat hij dezelfde beloning van Allah zou krijgen als degenen die deel zouden nemen aan de strijd in Badr en ook zijn deel van de buit. Ook Oussama Ibn Zaid moest haar verzorgen. Hij zei: ,,Wij kregen het bericht te horen (van de overwinning) toen wij klaar waren met het begraven van Ruqayah".

Later heeft de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zijn andere dochter Oum Kalthoem aan Othman Ibn A'ffan gehuwd. Vandaar dat Othman "thun-noerayn" wordt genoemd, dat betekent 'de houder van twee lichten'. Zij overleed in de maand Sha'ban van het jaar 9 hijri en werd in de Baqi'e begraven.

De afgodendienaars reageerden bedroefd nadat Allah, de Verhevene, Zijn profeet en de rest van de moslims de overwinning had geschonken. Zij begonnen valstrikken te verzinnen waarmee zij de moslims zouden benadelen en zo ook wraak konden nemen. Maar Allah, de Verhevene, heeft hun pogingen verijdeld en steunde de moslims door middel van Zijn gunst.

De leden van de stam Beni Salim hebben zich, een week na de terugkeer van de moslims van de Badr-strijd, verzameld om Medina aan te vallen. Dit vond waarschijnlijk plaats in de maand Muharram van het jaar 3 hijri. De moslims hebben hen naar aanleiding hiervan aangevallen, hebben de buit meegenomen en zijn veilig teruggekeerd naar Medina. Daarna hebben U'mayr Ibn Wahb en Safwan Ibn Umayah een samenzwering beraamd om de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam te vermoorden. U'mayr kwam met dit doel speciaal naar Medina. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam liet hem arresteren en vertelde hem vervolgens dat hij op de hoogte is van zijn plannen waarna U'mayr zich tot de Islam bekeerde.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.28.1 De slag van Oehoed

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:38 pm

3.28.1 De slag van Oehoed

Terwijl de mensen van Quraish druk bezig waren met het voorbereiden van een wraakactie tegen de moslims na de nederlaag in Badr, werden zij verrast door een andere tegenslag; namelijk die van Qaradah in Nadjd. Dit leidde tot een enorme opschudding bij Quraish maar ze zijn onmiddelijk verder gegaan met voorbereiding en stelden de mogelijkheid voor vrijwilligers open die tegen de moslims wilden vechten. Ook verzamelden zij de "ahabiesh" d.w.z. "de slaven afkomstig uit Alhabasha". Er werden dichters benoemd die de strijders moesten aanmoedigen en motiveren. Zo hadden zij een leger bij elkaar gekregen van drieduizend strijders, met drieduizend kamelen, tweehonderd paarden, zevenhonderd harnassen en een groep vrouwen om de strijders tot het strijden aan te zetten en de motivatie op een hoog peil te houden. Abu Sufyan werd als leider aangesteld terwijl de banier door de helden van de stam Beni Abd-dar werd gedragen. Het leger bewoog zich richting de omgeving van Medina en belegerde een open terrein aan de rand van de vallei Qanah in de omgeving van de twee bergen U'nayn en Uhud. Dit vond plaats op vrijdag 6 Shawal van het jaar 3 hijri.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam kreeg een week van tevoren het bericht te horen en had uit voorzorg groepen van militairen gevormd die de wacht zouden houden om Medina te beschermen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam was van plan om in Medina te blijven en de mannen bij de ingangen van de straten de stad te laten verdedigen en de vrouwen boven de huizen. De huichelaar Abdullah Ibn Ubay was het daar wel mee eens, alsof hij een goede uitweg had gevonden om later niet de schuld te krijgen thuis te zijn gebleven tijdens de oorlog. Jongeren waren gemotiveerd en hadden echter aangedrongen om een directe confrontatie met de vijand aan te gaan op open terrein hetgeen de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ook accepteerde waarna hij het leger in drie groepen heeft ingedeeld. De ene groep bestond uit Almuhadjirin, een andere uit Alaws en de derde groep uit Alkhazradj waarvan de baniers respectievelijk werden gedragen door Mus'ab Ibn U'mayr, Usaid Ibn Hudhair en Alhabab Ibn Almunthir. Na het namiddaggebd "al'asr" vertrok de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam richting de berg Uhud. Bij Ashaykhain controleerde hij het leger en stuurde de kinderen terug behalve Rafi'e Ibn Khadidj omdat hij een goede boogschutter was. Samrah Ibn Djundub wilde ook blijven en beweerde dat hij sterker was dan Rafi'e en dat hij hem op de grond kon krijgen. Zij moesten met elkaar worstelen waarna beiden toestemming kregen om deel te nemen aan de strijd.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verrichtte de avondgebeden "almaghrib" en "al'isha" in Ashaykhain en overnachtte daar. Hij stelde vijftig mannen aan voor de bewaking van het kamp. Hij vertrok vlak voor het ochtendgebed dat hij in Ashawt verrichtte, waar ook Abdullah Ibn Ubay zich samen met driehonderd man terugtrok waarna het aantal strijders aan de kant van de moslims zevenhonderd werd. Dit leidde tot verwarring bij de leden van de stammen Beni Salamah en Beni Harithah die zich ook wilden terugtrekken maar door Allah's wil het niet deden.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vertrok richting de berg Uhud via een korte weg, daarmee bevond de vijand zich aan de westelijke kant. De moslims legerden uiteindelijk bij de vallei met hun rug naar de duinen van Uhud. De vijand bevond zich zodoende tussen het leger van de moslims en Medina. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft aldaar het leger gemobiliseerd en heeft vijftig boogschutters benoemd voor de berg U'nayn, die bekend staat als 'de berg van de boogschutters'.

Zij waren onder leiding van Abdullah Ibn Djubair Al'ansari. De profeet gaf hen de opdracht om de paardrijders tegen te houden en rugdekking aan de moslims te geven en benadrukte dat zij hun plekken niet moesten verlaten, bij verlies of overwinning van de moslims, totdat hij de opdracht daarvoor had gegeven.

De afgodendienaars hadden ook hun leger gemobiliseerd en trokken verder richting het slagveld waarbij de vrouwen de strijders motiveerden en de helden tot vechten aanzetten, terwijl zij het volgende gedicht zongen; "Als jullie aanvallen, nemen wij jullie tusen onze armen en bedekken we de grond met kussens. Maar als jullie je terugtrekken, dan nemen wij afscheid, wat geen liefdevol afscheid zal zijn." De vrouwen wezen ook de dragers van de banier op hun verantwoordelijk-heden: "Oh mensen van Beni Abd-dar De beschermers die met alles wat scherp is zullen slaan"

Het gevecht en de dood van Hamzah
De twee legers naderden elkaar waarna Talhah Ibn Abi Talhah Al'abdari, de banierdrager van de afgodendienaars en de dapperste van Quraish, vroeg of iemand van de moslims tegen hem wilde vechten. Az-zubair Ibn Al'awam is op zijn uitdaging ingegaan en viel Talhah aan op zijn kameel, gooide hem op de grond en slachtte hem met zijn zwaard, waarna de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en de rest van de moslims de "takbier" uitten, d.w.z. "Allah is groot".

Hierna barstte het gevecht uit op elk hoek van het slagveld en heeft Khalid Ibn Alwalid (toen nog aan de kant van de afgodendienaars) tevergeefs drie keer geprobeerd om de moslims vanuit achteren aan te vallen, omdat de boogschutters hem met peilen beschoten. De moslims hadden hun aanval geconcentreerd op elf personen die de baniers van de afgodendienaars droegen, totdat zij hen allen hadden vermoord. De banier bleef op de grond waarna de moslims hun aanval op alle fronten voortzetten totdat de vijand uit elkaar was gedreven. Hierbij hebben Abu Dudjanah en Hamzah een belangrijke rol gespeeld. Tijdens deze vooruitgang en overwinning werd Hamzah Ibn Abdulmuttalib vermoord (die ook als bijnaam had 'de leeuw van Allah en Zijn gezant').

Wahshi Ibn Harb, de slaaf van Djubair Ibn Mut'im, heeft Hamzah met een speer gedood. Zijn heer had hem de vrijheid beloofd als hij Hamzah zou vermoorden omdat hij zijn oom in Badr had vermoord. Wahshi heeft zich achter een steen verscholen en hield Hamzah in de gaten. Hij wierp zijn speer richting Hamzah en trof hem waarna Hamzah dood op de grond viel, moge Allah met hem tevreden zijn.

De afgodendienaars werden door nog een nederlaag getroffen en begonnen te vluchten, waarna de moslims hen achtervolgden, vermoordden en de buit meenamen. De boogschutters op de berg hadden op dat moment een fout begaan doordat veertig van hen hun plekken toch hadden verlaten om wat van de buit te kunnen vergaren. Dit in weerwil van de nadrukkelijke opdracht van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam dat niet te doen. Khalid Ibn Alwalid greep toen de kans en viel de tien boogschutters aan die op de berg waren achtergebleven en vermoordde hen. Daarna viel hij vanuit de berg de moslims aan van de achterkant en heeft hen omsingeld waarbij hij de rest van de afgodendienaars bij elkaar riep. Hun banier werd toen omhoog gedragen door een van de vrouwen waarna zij zich eromheen verzamelden. Hierdoor bevonden de molims zich temidden van de vijandige strijders.

De aanval van de afgodendienaars op de Profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en het gerucht dat hij vermoord zou zijn
De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam bevond zich achterin bij de moslims samen met zeven mensen van Al'ansar en twee van Almuhadjirin.

Toen hij de paardrijders van Khalid zag aankomen riep hij zijn metgezellen: "Hiernaartoe, dienaren van Allah". De afgodendienaars hadden hem ook gehoord en waren in zijn buurt, waarop een groep onder hen in de richting van hem was gegaan en de profeet zwaar aanvielen en probeerden hem te vermoorden voordat de rest van de moslims zich daar zou verzamelen.

De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft toen gezegd: "Wie hen tegenhoudt heeft het paradijs". Een man onder Al'ansar probeerde hen tegen te houden en heeft gevochten totdat hij zelf stierf. Een andere man verdedigde toen de profeet en werd ook vermoord. Zo ging het verder totdat ze alle zeven waren gestorven. Toen de zevende persoon viel waren er maar nog twee Quraishieten onder de moslims bij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ; Talhah Ibn U'baidillah en Sa'd Ibn Abi Waqas. De afgodendienaars concentreerden hun aanval op de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam totdat een steen hem trof op zijn wang, zodat hij op de grond viel. Zijn rechterkaak was gebroken, zijn onderste lip en voorhoofd raakten verwond.

Ook is de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam met een zwaard op zijn wang geslagen waarbij twee ringetjes van het harnas in zijn wang terecht kwamen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam is ook met een zwaard geraakt in zijn achterhoofd waarna hij hier een maand lang last van had. Dit alles gebeurde ondanks de enorme verdediging van de twee Quraishieten. Sa'd Ibn Abi Waqas heeft met pijlen geschoten waarbij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hem de pijlen aangaf. Ook heeft Talhah Ibn U'baidillah evenveel gevochten als al de eerder genoemden en liep vijfen-dertig verwondingen op. Hij beschermde de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam waarbij zijn vingers werden geraakt en hij vloekte. De profeet zei tegen hem: ,,Als je "Bismillah" d.w.z. "In de naam van Allah" had gezegd, dan hadden de engelen jou verheven terwijl de mensen zouden kijken".[

....vervolg.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.28.2 De slag van Oehoed (vervolg)

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:39 pm

3.28.2 De slag van Oehoed (vervolg)

Tijdens deze kritische situatie zijn de engelen Jibriel en Mika?l neergedaald en hebben zwaar gevochten en hebben zij zo de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verdedigd. Daarnaast heeft een groep moslims hem hard verdedigd waaronder Abu Bakr en Abu U'baidah Ibn Aldjarrah, moge Allah met hen tevreden zijn. Abu Bakr liep richting de profeet om de ijzeren ringetjes uit de wang van de profeet te verwijderen, maar Abu U'baidah heeft aangedrongen of hij dat mocht doen. Na het verwijderen ervan vielen twee kiezen uit zijn mond. Abu Bakr en U'baidah hebben daarna Talhah behandeld die in de strijd gewond was geraakt.

Daarna arriveerden bij de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hen, Abu Dudjanah, Mus'ab Ibn U'mair, Omar Ibnulkhattab, Ali Ibn Abu Talib en anderen. Tegelijkertijd was ook een groep afgodendienaars aangekomen die hun aanval hadden versterkt waarbij de moslims hevig hebben moeten terugvechten, sommigen hebben zelfs pijlen met hun lichaam tegengehouden.

De banier werd gedragen door Mus'ab Ibn U'mair, toen zijn rechterhand werd afgehakt heeft hij de banier met zijn linkerhand verder gedragen, daarna werd ook die afgehakt en heeft hij de banier tussen zijn schouders en zijn nek gedragen totdat hij stierf. Zijn moordenaar Abudullah Ibn Qum'ah dacht toen dat hij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam had vermoord omdat Mus'ab nogal op de profeet leek. Ibn Qum'ah begon te roepen dat hij Mohammed had vermoord, waarna het bericht al snel rondging. Als gevolg hiervan nam de hevigheid van de aanval af omdat de afgodendienaars immers dachten dat zij reeds hun doel hadden bereikt.

De reactie van de moslims na de omsingeling
Toen de moslims geconfronteerd werden met de omsingeling raakten zij in paniek en konden geen eenduidig standpunt innemen. Sommigen onder hen vluchtten richting Medina, anderen richting Uhud, naar het kamp, en weer anderen waren naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam gegaan om hem te verdedigen zoals al eerder genoemd is. Het merendeel van de moslims was omsingeld en heeft vanuit diverse posities teruggevochten. Door gebrek aan leiding zijn ze echter in paniek geraakt en is zelfs Alyaman, vader van Huthaifah, per ongeluk door moslims zelf vermoord. Toen zij het bericht van het overlijden van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hoorden kon een groep zijn verstand niet langer bij de strijd houden en zijn wanhopig geraakt en gaven het gevecht op. Anderen zijn juist heviger gaan vechten en riepen: ,,Laat ons sterven voor het doel waarvoor de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam ook is gestorven".

Tijdens deze situatie zag Ka'b Ibn Malik de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam in hun richting aankomen en herkende hem omdat zijn hoofd bedekt was met een helm. Ka'b riep met een luide stem: 'O moslims, wees verheugd. Daar komt de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam aan", waarna de moslims zich bij hem terugtrokken totdat ongeveer dertig mannen bij hem waren verzameld. Daarna wist hij met deze groep door de afgoden-dienaars heen, zijn omsingelde leger te redden en hebben ze zich later teruggetrokken in de bergen. De afgodendienaars probeerden het terug-trekken tegen te houden maar ze mislukten in hun poging, waarbij twee van hen zelfs de dood vonden. Door dit wijze plan waren de moslims gered, nadat zij een hoge prijs hadden betaald mede voor de bovenvermelde fout die de boogschutters hadden begaan, door de orders van de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam niet te volgen.

Na het terugtrekken naar de berg
Nadat de moslims uit de omsingeling wisten te ontsnappen vonden een paar individuele schermutselingen plaats tussen sommigen van hen en van de afgodendienaars die een totale confrontatie niet durfden aan te gaan; dit vanwege het feit dat de moslims zich goed in de bergen hadden verborgen. De afgodendienaars zijn een poosje op het slagveld rond blijven hangen waarbij zij de lijken verminkten, door middel van de oren, neuzen en geslachtsdelen eraf te snijden en de buiken open te snijden. Hind Bint U'tbah heeft daarbij de buik van Hamzah opengesneden en zijn lever eruit gehaald, zij probeerde een stuk daarvan te slikken maar spoog het weer uit en maakte van de oren en neuzen een ketting. Ubay Ibn Khalaf kwam richting de moslims bij de berg en beweerde dat hij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zou vermoorden waarna de profeet een speer in zijn richting gooide en hem trof. Hij viel van zijn paard, keerde met spoed terug maar overleed ten gevolge van deze verwonding toen hij in Sirf was in de buurt van Mekka.

Daarna kwam er een groep afgodendienaars onder leiding van Abu Sufyan en Khalid Ibn Alwalid en besteeg de berg, waarna Omar Ibnulkhattab samen met een groep van Almuhadjirin hen van verder beklimmen van de berg hebben tegengehouden. Volgens sommige overleveringen heeft Sa'd Ibn Abi Waqas, moge Allah met hem tevreden zijn, drie van hen gedood.

In deze strijd vielen onder de afgodendienaars 22 doden en onder de moslims 70; 41 van Alkhazradj, 24 van Al'aws, 4 van Almuhadjirin en een jood. Ook wordt er overgeleverd dat er onder de afgodendienaars 37 doden waren.

....vervolg.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

3.28.3 De slag van Oehoed (vervolg1)

Bericht  largos op do okt 22, 2009 3:39 pm

3.28.3 De slag van Oehoed (vervolg1)

Na de mislukte poging van Abu Sufyan en Khalid Ibn Alwalid, begonnen de afgodendienaars zich voor te bereiden om terug te keren naar Mekka. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam had intussen zijn rust kunnen vinden in de bergen. Ali Ibn Abu Talib had hem wat water gebracht dat hij niet wilde drinken maar wel zijn gezicht mee wilde wassen en de rest over zijn hoofd wilde schenken. Toen begon de wond te bloeden totdat Fatima, moge Allah met haar tevreden zijn, een stuk kleed brandde en op de wond plaatste. Daarna bracht Mohammed Ibn Maslamah water naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam waarvan deze wel dronk en een smeekbede voor Ibn Maslamah verrichtte. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam verrichtte zittend het middaggebed en ook de moslims achter hem.

Een aantal vrouwen waaronder A?cha, Oum Ayman, Oum Salim en Oum Sulait vulden de kannen met water en gaven de gewonden te drinken, moge Allah met hen allen tevreden zijn.

De beslissing na het voeren van een dialoog
Toen de afgodendienaars zich gereed maakten om terug te keren, besteeg Abu Sufyan de berg en riep: ,,Bevindt Mohammed zich bij jullie?" Zij antwoordden echter niet. Daarna riep hij: ,,Bevindt zich bij jullie Ibn Abu Quhafa of Omar Ibnulkhattab?" Maar zij gaven hem geen antwoord omdat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hen dat had afgeraden. Abu Sufyan zei toen: ,,Van deze zijn we dan tenminste af". Omar kon zich niet langer inhouden en zei: ,,O vijand van Allah, degenen die jij noemde leven nog allemaal. Allah zorgt dat hetgeen wat jou benadeelt blijft bestaan".

Abu Sufyan reageerde toen lakoniek en vertelde dat het hem niet kon benadelen. Hij voegde eraan toe: ,,Verheven is Hubal". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft zijn metgezellen geleerd om hierop te zeggen: ,,Allah is verhevener". Abu Sufyan zei daarna: ,,Wij hebben Al'uzza en jullie niet". De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam leerde zijn metgezellen weer het antwoord hierop, dat luidt: ,,Allah is onze beschermer en jullie hebben geen beschermer". Abu Sufyan zei toen: ,,Goed gedaan, deze dag was een vergelding voor Badr, de oorlog is afwisselend".

Omar antwoordde hem: ,,Dat is geen goede vergelijking, onze doden komen in het paradijs terecht maar die van jullie komen in de hel". Abu Sufyan zei: ,,Als het waar is wat jullie beweren, dan is het afgelopen met ons". Hij vroeg Omar om te vertellen of zij de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam hadden vermoord, waarna Omar zei: ,,Nee, hij zit nu naar jou te luisteren". Abu Sufyan zei tegen Omar: ,,Jij bent wat mij betreft betrouwbaarder dan Ibn Qum'ah", en voegde eraan toe: ,,Wij hebben volgend jaar nog in Badr een afspraak", waarna de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam iemand van zijn metgezellen opdroeg dat te bevestigen.
De terugtocht van de afgodendienaars, het bijstaan van de gewonden en het opbergen van de martelaars
Abu Sufyan keerde daarna terug naar zijn leger en zij begonnen zich klaar te maken voor hun vertrek. Zij stapten op hun kamelen en voerden de paarden mee. Dit was een teken van het definitieve vertrek richting Mekka. Niets kon de afgodendienaars tegenhouden Medina binnen te dringen, maar Allah liet hen afzien van hun plannen. Hij, de Verhevene, die iemand afstand kan laten doen van zijn eigen hart.

De moslims zijn daarna het slachtveld opgegaan op zoek naar over levenden en martelaars. Sommigen hadden een aantal martelaars naar Medina vervoerd. Maar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam droeg hen op de lichamen naar de strijdplaats terug te brengen en hen aldaar te begraven met hun kleding zonder rituele wassing en zonder het gebed voor de doden. Zij hebben soms twee of drie lichamen in ??n graf geplaatst en ook zijn er twee lichamen in een kleed gerold met "al'ithkhar" (een plantensoort) ertussen. Ook is degene die het meest van de Koran kende, aan de openingskant van het graf gelegd. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam heeft toen gezegd:,,Ik ben in het hiernamaals een getuige voor hen".

Zij vonden de kist waar het lichaam van Hanthalah Ibn Abi A'amir zich bevonden waar druppels water uitkwamen. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam zei toen: ,,De engelen zijn hem nu aan het wassen". Zijn verhaal is als volgt: toen deze oorlog uitbrak was hij bij zijn vrouw waarmee hij pas getrouwd was. Hij hoorde de roepende man die het aanbreken van de strijd verklaarde en is onmiddelijk naar het slagveld vertrokken; dit zonder de rituele wassing te verrichten. Hij vocht net zolang totdat hij werd vermoord. Daarom hadden de engelen hem op dat moment gewassen.

Voor Hamzah moest als doodskleed een kledingstuk worden gebruikt dat te kort voor zijn gehele lichaam was, waarna zijn benen met "Al'ithkhar" (een plantensoort) werden bedekt, hetgeen ook met Mus'ab Ibn U'mair werd gedaan.

De terugkeer naar Medina
Nadat de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam en de moslims klaar waren met het opbergen van de lichamen van de martelaars en het verrichten van de smeekbeden voor hen, keerden zij terug naar Medina. Enkele vrouwen, waarvan de familieleden vermoord waren, gingen de straat op om de profeet te ontvangen. Hij sprak met ze en heeft hen gecondoleerd. Een andere vrouw uit Beni Dinar verloor in deze strijd haar man, broer en vader. Toen de mensen haar condoleerden vroeg zij naar de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam waarna zij te horen kreeg dat het goed met hem ging. Zij hebben hem aangewezen aan haar, toen zij hem zag heeft zij gezegd: ,,Elke beproeving is, na U te hebben gezien, beperkt".

De moslims overnachtten in een noodtoestand, zij bewaakten Medina en de profeet Sallalahu 'alaihi wasalam terwijl zij vermoeid waren, gewond en droevig. De profeet Sallalahu 'alaihi wasalam vond het noodzakelijk om de bewegingen van de vijand te volgen en als het nodig was hen te lijf gaan op het strijdveld, in het geval de vijand naar Medina probeerde terug te keren.
avatar
largos
Mod
Mod

Aantal berichten : 98
Punten : 116
Reputatie : 0
Registratiedatum : 20-10-09
Woonplaats : 't Gooi

Terug naar boven Ga naar beneden

Re: Basis Islam

Bericht  Gesponsorde inhoud


Gesponsorde inhoud


Terug naar boven Ga naar beneden

Pagina 2 van 3 Vorige  1, 2, 3  Volgende

Terug naar boven

- Soortgelijke onderwerpen

 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum